NLnl-learn

B1 — Grammatica · Grammar

Grammar · B1

Inburgering / staatsexamen NT2 programma I

A1A2B1B2C1lessons in this section: 24

Past perfect: had gedaan, was gegaan

Voltooid verleden tijd (plusquamperfectum)

◷ 24 min

Time conjunctions: nadat, voordat, zodra, terwijl

Tijdsvoegwoorden en de tijden die erbij horen

◷ 26 min

Time prepositions: over, binnen, sinds, vanaf

Voorzetsels van tijd

◷ 24 min

zou: politeness, hypothesis, unfulfilled events

Zou + infinitief: beleefdheid en irrealis

◷ 26 min

Conditional clauses: als, mocht, tenzij, mits

Voorwaardelijke zinnen

◷ 25 min

The passive in all tenses

De lijdende vorm in alle tijden

◷ 28 min

Cause and effect: omdat, doordat, daardoor, dus

Oorzaak en gevolg uitdrukken

◷ 27 min

Concession and contrast: hoewel, toch, echter

Tegenstelling en toegeving

◷ 25 min

Two or three verbs at the end

Werkwoordclusters aan het einde van de bijzin

◷ 28 min

om te, zonder te, door te, in plaats van te

Beknopte bijzinnen met te

◷ 26 min

The infinitive without te: laten, zien, horen, blijven

Infinitief zonder te

◷ 25 min

Inseparable prefixes: verstaan, ondergaan, voorkómen

Scheidbaar of onscheidbaar?

◷ 25 min

er: all functions and their combinations

Er in alle functies — gevorderd

◷ 30 min

Reported speech: reporting what someone else said

Indirecte rede: dat, of en de verschuiving

◷ 27 min

Degree of certainty: zal wel, moet haast wel, schijnt

Modaliteit: hoe zeker ben je?

◷ 26 min

Participles as adjectives: de lachende man, het gebakken ei

Deelwoorden als bijvoeglijk naamwoord

◷ 24 min

Word formation: -baar, -loos, -heid, on-

Woordvorming: voor- en achtervoegsels

◷ 26 min

The middle part of the sentence as a whole

Het middenstuk: volgorde van alle bepalingen

◷ 28 min

More subtle negation: nauwelijks, pas, geen enkel

Ontkenning voor gevorderden

◷ 25 min

daarop, waarmee, ernaartoe

Voorzetselbijwoorden: er-, daar-, hier-, waar-

◷ 26 min

Relative pronouns: die, dat, wat, waarvan, degene die

Betrekkelijke bijzinnen voor gevorderden

◷ 27 min

Indefinites and quantity: enkele, beide, elk, menig

Onbepaalde woorden en hoeveelheden

◷ 24 min

Comparison and emphasis: steeds, hoe … hoe, verreweg

Vergelijken en versterken

◷ 24 min

Register: a letter to the municipality and a message to a neighbour

Formeel en informeel taalgebruik

◷ 28 min