Deelwoorden als bijvoeglijk naamwoord
Participles as adjectives: de lachende man, het gebakken ei
B1 · Intermediate · ≈ 24 min · setting: Amersfoort, Utrecht, het dorp
Verbs have two forms that can function as adjectives: the present participle — lachende kinderen — laughing children — and the past participle — een gebakken ei — a fried egg. This makes descriptions more compact: instead of de man die lacht, you can simply say de lachende man.
1. Present participle (-end)
| Werkwoord | Deelwoord | Voor het zelfstandig naamwoord |
|---|---|---|
| lachen | lachend | de lachende kinderen |
| slapen | slapend | een slapende hond |
| komen | komend | de komende week |
| volgen | volgend | volgende maand |
| passen | passend | een passend antwoord |
| groeien | groeiend | een groeiend probleem |
| Werkwoord | Deelwoord | Voor het zelfstandig naamwoord |
|---|---|---|
| lachen | lachend | de lachende kinderen |
| slapen | slapend | een slapende hond |
| komen | komend | de komende week |
| volgen | volgend | volgende maand |
| passen | passend | een passend antwoord |
| groeien | groeiend | een groeiend probleem |
The -end form can also be an adverb: Hij liep zingend de trap op. — He walked up the stairs, singing. In this case, there is no -e ending.
2. Past participle
| Werkwoord | Deelwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| bakken | gebakken | een gebakken ei |
| koken | gekookt | gekookte aardappelen |
| gebruiken | gebruikt | een gebruikte fiets |
| sluiten | gesloten | een gesloten deur |
| verhuren | verhuurd | een verhuurde woning |
| afsluiten | afgesloten | de afgesloten straat |
| Werkwoord | Deelwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| bakken | gebakken | een gebakken ei |
| koken | gekookt | gekookte aardappelen |
| gebruiken | gebruikt | een gebruikte fiets |
| sluiten | gesloten | een gesloten deur |
| verhuren | verhuurd | een verhuurde woning |
| afsluiten | afgesloten | de afgesloten straat |
The -e rule is the same as for regular adjectives: after de and in the plural, it takes -e; after een before a het-word, it does not: een gekookt ei, but het gekookte ei. Participles ending in -en never take the ending: een gebakken ei, het gebakken ei.
3. Active or passive
de lachende man he is the one laughing de man die lacht
the laughing man
Formde lachende manMeaninghe is the one laughingExpands tode man die lachtde gebruikte fiets it was used de fiets die gebruikt is
the used bike
Formde gebruikte fietsMeaningit was usedExpands tode fiets die gebruikt ishet groeiende probleem it is growing by itself het probleem dat groeit
the growing problem
Formhet groeiende probleemMeaningit is growing by itselfExpands tohet probleem dat groeitde verstuurde brief the letter was sent de brief die verstuurd is
the letter that was sent
Formde verstuurde briefMeaningthe letter was sentExpands tode brief die verstuurd is
the laughing man
the used bike
the growing problem
the letter that was sent
The -end form is always active: the subject performs the action itself. The past participle of transitive verbs is passive: something was done to the subject.
How it sounds in real life
In het afgelopen jaar is er veel veranderd.
A lot has changed in the past year.
afgelopen — “past”, one of the most common participles.
Let op de afgesloten straat bij de Hoofdstraat.
Please note the closed street near Hoofdstraat.
Ik heb een gebruikte fiets gekocht via Marktplaats.
I bought a second-hand bicycle via Marktplaats.
De komende weken wordt het drukker op het werk.
The coming weeks will be busier at work.
Er staat een ingevuld formulier op tafel.
A completed form is on the table.
Ze kwam stralend binnen met de uitslag.
She came in beaming with the result.
Participle as an adverb: no -e.
Dialoog — Tweedehands fiets kopen
Looking at a bicycle from an advertisement.
- Verkoper
Dit is 'm. Een gebruikte stadsfiets, maar goed onderhouden.
Here it is. A used city bike, but in good condition.
- Alex
De afgelopen jaren veel mee gereden?
Has it been ridden a lot over the years?
- Verkoper
Alleen naar het station en terug. De versleten banden heb ik vorige maand vervangen.
Only to the station and back. I replaced the worn tyres last month.
versleten — from verslijten, “to wear out”.
- Alex
En dat piepende geluid bij het remmen?
And that squeaking sound when braking?
- Verkoper
Dat komt door de net gemonteerde blokjes; die moeten nog inslijten.
That's the newly fitted brake pads, they need to wear in.
- Alex
Duidelijk. Ik kijk nog naar een vergelijkbare fiets in Amersfoort, dan laat ik het weten.
I see. I’ll check out a similar bike in Amersfoort and let you know.
- Verkoper
Prima. Bij gepast betalen doe ik er nog een slot bij.
Alright. If you pay the exact amount, I’ll include a lock.
4. Common mistakes
✕ Not like this
de lachend kinderen
✓ Correct
de lachende kinderen
the laughing children
Why: Before a noun, the participle takes -e, like an adjective.
✕ Not like this
een gekookt aardappelen
✓ Correct
gekookte aardappelen
boiled potatoes
Why: Plurals always take -e; the article een is not possible here.
✕ Not like this
Hij liep zingende de trap op.
✓ Correct
Hij liep zingend de trap op.
He went up the stairs singing.
Why: As an adverb, the participle remains without -e.
✕ Not like this
de afgeslotene straat
✓ Correct
de afgesloten straat
the closed-off street
Why: Participles ending in -en already end in -en: a second -e is not added.
✕ Not like this
een gebruikt fiets
✓ Correct
een gebruikte fiets
a second-hand bike
Why: fiets is a de-word, so it needs -e even after een.
Woordenlijst
afgelopen
past
afgelopen weekend
komend
upcoming
de komende weken
gebruikt
second-hand
een gebruikte auto
versleten
worn out
versleten banden
gesloten
closed
De winkel is gesloten.
bezet
occupied, taken
Deze plek is bezet.
betrokken
involvedformeel
de betrokken partijen
gepast betalen
to pay the exact amount
Graag gepast betalen.
vergelijkbaar
comparable, similar
een vergelijkbaar model
onderhouden
to maintain; well-maintained
een goed onderhouden huis
| afgelopen | past afgelopen weekend |
| komend | upcoming de komende weken |
| gebruikt | second-hand een gebruikte auto |
| versleten | worn out versleten banden |
| gesloten | closed De winkel is gesloten. |
| bezet | occupied, taken Deze plek is bezet. |
| betrokken | involvedformeel de betrokken partijen |
| gepast betalen | to pay the exact amount Graag gepast betalen. |
| vergelijkbaar | comparable, similar een vergelijkbaar model |
| onderhouden | to maintain; well-maintained een goed onderhouden huis |
Form the participle
Maak van het werkwoord een deelwoord met de juiste uitgang.
Form the participle with the correct ending.
- 1de kinderen (lachen)
laughing children
- 2een ei (bakken)
a fried egg
- 3een fiets (gebruiken)
a second-hand bicycle
- 4de straat (afsluiten)
a closed street
- 5de weken (komen)
the coming weeks
- 6Hij liep de trap op. (zingen)
He went up the stairs, singing.
Found a mistake or something unclear in this lesson? Send me a note →