NLnl-learn

B2 — Grammatica · Grammar

Grammar · B2

Staatsexamen NT2 programma II, work and study

A1A2B1B2C1lessons in this section: 20

Nominal style: het uitvoeren van

Naamwoordstijl en nominalisatie

◷ 26 min

The passive not only with worden

Passiefvarianten: krijgen, er, zich laten

◷ 25 min

Impersonal constructions: men, je, het, er

Onpersoonlijke constructies

◷ 24 min

Connectors in business texts: aangezien, mits, tenzij

Formele voegwoorden

◷ 24 min

Multi-word prepositions

Voorzetseluitdrukkingen

◷ 23 min

Participial phrases: gezien, gelet op

Deelwoordconstructies

◷ 22 min

What to put first

Vooropplaatsing en focus

◷ 23 min

Long sentences that are readable

Woordvolgorde in lange zinnen

◷ 26 min

hetgeen, degene, waarvan: definitions in a contract

Betrekkelijke woorden in formele taal

◷ 24 min

References: deze, die, dit, dat, dergelijke

Verwijswoorden en samenhang

◷ 23 min

Signal words: the skeleton of an argument

Signaalwoorden en tekststructuur

◷ 25 min

Tenses in a story: what comes after what

Tijdgebruik in verhalen

◷ 24 min

The future: zullen, gaan, staan te

Toekomst en verwachting

◷ 23 min

The unreal: zou hebben, mocht, stel dat

Irrealis en hypothese

◷ 25 min

Agreeing, but still objecting

Concessie en relativering

◷ 24 min

Cause and effect in formal texts

Oorzaak en gevolg in formele taal

◷ 23 min

Nuance: zou moeten, had kunnen, blijkbaar

Modaliteit en nuance

◷ 25 min

How to understand a word you don't know

Woordvorming gevorderd

◷ 24 min

What is said but not written

Spreektaal en schrijftaal

◷ 22 min

Verb plus noun as a single unit

Vaste werkwoordcombinaties

◷ 24 min