NLnl-learn

Onbepaalde woorden en hoeveelheden

Indefinites and quantity: enkele, beide, elk, menig

B1 · Intermediate · ≈ 24 min

To retell an article or explain a situation, you need words of quantity: enkele — several, beide — both, elk — each, de meeste — most, de rest — the rest. They seem minor, but they show whether someone speaks fluently or is searching for words.

1. Complete list

Onbepaalde woorden
WoordMeaningVoorbeeld
enkele / een paarseveralEnkele buren klaagden.
sommigesomeSommige winkels zijn dicht.
veel / weinigmany / fewVeel mensen fietsen hier.
de meestemostDe meeste treinen rijden wel.
alleallAlle formulieren zijn digitaal.
elk / iedereachElke dag opnieuw.
beidebothBeide opties zijn mogelijk.
de restthe restDe rest komt later.
menigmany (literary)Menig bezoeker was verrast.
geen enkelnoneGeen enkele klacht.

elk and ieder are interchangeable: elke week = iedere week. The difference is purely stylistic — ieder sounds slightly more formal.

2. Form: with or without -e

Agreement
  • Word

    elk

    de-word

    elke dag

    het-word

    elk jaar

    Independent

    elk van ons

  • Word

    ieder

    de-word

    iedere week

    het-word

    ieder kind

    Independent

    iedereen

  • Word

    sommige

    de-word

    sommige mensen

    het-word

    sommige dingen

    Independent

    sommigen — about people

  • Word

    veel

    de-word

    veel mensen

    het-word

    veel werk

    Independent

    velen — about people

  • Word

    enkele

    de-word

    enkele buren

    het-word

    enkele boeken

    Independent

    enkelen — about people

  • Word

    beide

    de-word

    beide opties

    het-word

    beide kinderen

    Independent

    beiden — about people

The rule for -n: if the word stands independently and refers to people, an -n is added: Velen kwamen te laat. For things — without: Ik heb er enkele gezien.

3. Fractions and proportions

How to describe proportions

  • De meeste mensen in Delft gaan met de fiets naar het station.

    Most Delft residents cycle to the station.

  • Ongeveer de helft van de klas doet mee.

    About half the class is participating.

  • Een derde van de aanvragen wordt afgewezen.

    A third of the applications are rejected.

  • Bijna niemand komt nog met contant geld.

    Hardly anyone pays with cash any more.

  • De rest van de spullen gaat naar de kringloop.

    The rest of the items will go to the second-hand shop.

  • Van de twintig plekken zijn er nog enkele vrij.

    Of the twenty places, a few are still free.

4. iemand, iets, ergens and their negatives

Pairs “is — is not”
PositiveNegativeVoorbeeld
iemand — someoneniemand — no oneEr is niemand thuis.
iets — somethingniets — nothingIk hoor niets.
ergens — somewherenergens — nowhereIk kan het nergens vinden.
ooit — evernooit — neverBen je ooit in het dorp geweest?
iedereen — everyoneniemandIedereen was er.

The adjective after iets and niets takes an -s: iets lekkers — something tasty, niets bijzonders — nothing special. This is a fixed form that you simply need to memorise.

Dialoog — Opkomst bij de bewonersavond

They are discussing a residents' meeting.

  1. Marjolein

    Was er veel volk gisteravond?

    Were there many people there last night?

  2. Alex

    Een stuk of twintig. De meeste bewoners van deze straat waren er.

    Twenty or so. Most of the residents of this street were there.

    een stuk of twintig — “about twenty”.

  3. Marjolein

    En waar ging het over?

    And what did they talk about?

  4. Alex

    Beide plannen voor de parkeerplaats zijn gepresenteerd. Sommigen waren enthousiast, anderen juist helemaal niet.

    They presented both parking plans. Some were thrilled, others quite the opposite.

    sommigen / anderen — refers to people, with -n.

  5. Marjolein

    En de rest?

    What about the rest?

  6. Alex

    De meesten zeiden niets. Een op de drie vroeg alleen naar de kosten.

    Most said nothing. One in three only asked about the costs.

  7. Marjolein

    Typisch. Komt er nog iets op papier?

    Typical. Will anything be in writing?

  8. Alex

    Elke bewoner krijgt volgende week een brief. Niemand wordt overgeslagen.

    Every resident gets a letter next week. Nobody will be left out.

5. Common mistakes

✕ Not like this

Elk dag ga ik fietsen.

✓ Correct

Elke dag ga ik fietsen.

I go cycling every day.

Why: dag is a de-word, so elke.

✕ Not like this

Sommige waren te laat.

✓ Correct

Sommigen waren te laat.

Some people were late.

Why: When referring to people, the word takes -n.

✕ Not like this

De meesten treinen rijden.

✓ Correct

De meeste treinen rijden.

Most trains are running.

Why: Before a noun it's de meeste, without -n. de meesten stands alone and refers to people: De meesten waren er.

✕ Not like this

Ik heb iets lekker gekocht.

✓ Correct

Ik heb iets lekkers gekocht.

I bought something tasty.

Why: After iets, the adjective takes -s.

✕ Not like this

Beide de opties zijn goed.

✓ Correct

Beide opties zijn goed.

Both options are good.

Why: beide replaces the article; a second article is redundant.

✕ Not like this

Niemand was niet thuis.

✓ Correct

Niemand was thuis.

Nobody was home.

Why: Double negation is not used in Dutch.

Woordenlijst

  • enkele

    a few, some

    Er zijn nog enkele plekken vrij.

  • sommige

    some

    Sommige winkels zijn zondag open.

  • de meeste

    most

    De meeste mensen fietsen.

  • beide

    both

    Beide plannen zijn goed.

  • de rest

    the rest

    De rest doen we morgen.

  • een stuk of

    approximately, aboutspreektaal

    Een stuk of tien mensen.

  • een op de vijf

    one in five

    Een op de vijf fietst naar het werk.

  • de helft

    half

    De helft is al verkocht.

  • overslaan

    to skip, to leave out

    Niemand wordt overgeslagen.

  • de bewonerpl. bewoners

    resident

    Alle bewoners krijgen een brief.

Found a mistake or something unclear in this lesson? Send me a note →