NLnl-learn

A2 — Grammatica · Грамматика

Грамматика · A2

Быт, работа, прошедшее время, придаточные

A1A2B1B2C1уроков в разделе: 20

Простое прошедшее: werkte, woonde

De onvoltooid verleden tijd: -te of -de

◷ 25 мин

Неправильные глаголы в прошедшем: was, had, ging

Onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd

◷ 25 мин

Перфект или имперфект: что выбрать

Perfectum of imperfectum: welke verleden tijd?

◷ 22 мин

Придаточные с dat, omdat, als

De bijzin: het werkwoord gaat naar achteren

◷ 28 мин

Союзы: какой порядок слов после какого

Voegwoorden: hoofdzin of bijzin?

◷ 25 мин

Три «когда»: toen, als, wanneer

Toen, als of wanneer?

◷ 20 мин

Который: die и dat

Relatieve bijzinnen: de man die… het huis dat…

◷ 24 мин

Слово er: четыре функции

Er: plaats, aanwezigheid, aantal en voorzetsel

◷ 28 мин

Глаголы с фиксированным предлогом

Vaste voorzetsels: denken aan, wachten op, kijken naar

◷ 25 мин

Возвратные глаголы: zich voelen, zich haasten

Reflexieve werkwoorden: me, je, zich

◷ 22 мин

Конструкции с te: proberen te, om … te

Te + infinitief: proberen te, hoeven te, om te

◷ 24 мин

Модальные в прошедшем и вежливое zou

Kon, moest, wilde, mocht — en zou

◷ 24 мин

Сравнение: groter dan, het grootst

Comparatief en superlatief: -er en -st

◷ 24 мин

Будущее: gaan, zullen и настоящее время

De toekomst: gaan, zullen of gewoon presens

◷ 22 мин

Пассив: het formulier wordt ingevuld

De passieve zin met worden

◷ 24 мин

Порядок слов в середине предложения

Het middenstuk: tijd, manier, plaats en de plaats van niet

◷ 26 мин

Кто-то, никто, каждый: неопределённые слова

Onbepaalde voornaamwoorden: iemand, niets, elke, sommige

◷ 22 мин

Уменьшительные и составные слова

Verkleinwoorden en samenstellingen

◷ 22 мин

al, nog, pas: маленькие слова о времени

Al, nog, pas, nog niet, niet meer

◷ 22 мин

Частицы: even, eens, maar, toch, hoor

Modale partikels: de kleine woordjes die alles zachter maken

◷ 24 мин