Reflexieve werkwoorden: me, je, zich
Reflexive verbs: zich voelen, zich haasten
A2 · Elementary · ≈ 22 min · setting: Amersfoort, Utrecht
Ik voel me niet lekker — this phrase doesn't exist without me. The reflexive pronoun in Dutch changes according to the person (me, je, zich, ons) and stands in a specific position. Let's look at the forms, position, and a list of verbs where the pronoun is obligatory.
| Persoon | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik | voel me | Ik voel me niet lekker. |
| jij / je | voel je | Voel je je beter? |
| u | voelt zich | Voelt u zich goed? |
| hij / zij / het | voelt zich | Hij voelt zich ziek. |
| wij / we | voelen ons | We voelen ons hier thuis. |
| jullie | voelen je | Voelen jullie je al beter? |
| zij (pl.) | voelen zich | Ze voelen zich niet welkom. |
| Persoon | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik | voel me | Ik voel me niet lekker. |
| jij / je | voel je | Voel je je beter? |
| u | voelt zich | Voelt u zich goed? |
| hij / zij / het | voelt zich | Hij voelt zich ziek. |
| wij / we | voelen ons | We voelen ons hier thuis. |
| jullie | voelen je | Voelen jullie je al beter? |
| zij (pl.) | voelen zich | Ze voelen zich niet welkom. |
In the question Voel je je beter? there are two je in a row: the first is the subject, the second is the reflexive pronoun. This is normal and sounds exactly like that.
1. Verbs where the pronoun is obligatory
| Werkwoord | Translation | Voorbeeld |
|---|---|---|
| zich voelen | to feel | Ik voel me moe. |
| zich haasten | to hurry | Haast je, de trein vertrekt zo! |
| zich vergissen | to be mistaken | Sorry, ik vergis me. |
| zich herinneren | to remember | Ik herinner me zijn naam niet. |
| zich vervelen | to be bored | De kinderen vervelen zich. |
| zich schamen | to be ashamed | Ik schaam me een beetje. |
| zich concentreren op | to concentrate on | Ik kan me niet concentreren. |
| zich ergeren aan | to get annoyed about | Hij ergert zich aan het lawaai. |
| zich bemoeien met | to interfere in | Bemoei je er niet mee. |
| zich afvragen | to wonder | Ik vraag me af of dat klopt. |
| zich voorstellen | to introduce oneself; to imagine | Mag ik me even voorstellen? |
| zich verheugen op | to look forward to | We verheugen ons op de vakantie. |
| Werkwoord | Translation | Voorbeeld |
|---|---|---|
| zich voelen | to feel | Ik voel me moe. |
| zich haasten | to hurry | Haast je, de trein vertrekt zo! |
| zich vergissen | to be mistaken | Sorry, ik vergis me. |
| zich herinneren | to remember | Ik herinner me zijn naam niet. |
| zich vervelen | to be bored | De kinderen vervelen zich. |
| zich schamen | to be ashamed | Ik schaam me een beetje. |
| zich concentreren op | to concentrate on | Ik kan me niet concentreren. |
| zich ergeren aan | to get annoyed about | Hij ergert zich aan het lawaai. |
| zich bemoeien met | to interfere in | Bemoei je er niet mee. |
| zich afvragen | to wonder | Ik vraag me af of dat klopt. |
| zich voorstellen | to introduce oneself; to imagine | Mag ik me even voorstellen? |
| zich verheugen op | to look forward to | We verheugen ons op de vakantie. |
zich voorstellen means both “to introduce oneself” and “to imagine”: Stel je voor! — “Imagine that!”
2. Verbs where the pronoun is optional
Some verbs work both with and without the pronoun — the meaning changes: with the pronoun, the action is directed at oneself.
Ik was me snel. — Ik was de auto.
I have a quick wash. — I wash the car.
Ze kleedt zich aan. — Ze kleedt de kinderen aan.
She gets dressed. — She dresses the children.
Hij scheert zich elke ochtend.
He shaves every morning.
Doe je jas aan en haast je een beetje.
Put your coat on and hurry up.
aandoen without zich, haasten with it.
3. Where the pronoun goes
Ik voel me vandaag beter.
I feel better today.
1Ik2. Werkwoordvoel3. Reflexiefme4. Restvandaag beter.Vandaag voel ik me een stuk beter.
I feel much better today.
1Vandaag2. Werkwoordvoel3. Reflexiefik me4. Resteen stuk beter.Haast je een beetje!
Hurry up a bit!
1—2. WerkwoordHaast3. Reflexiefje4. Resteen beetje!…dat ik me vergis.
…that I'm wrong.
1…dat2. Werkwoordik3. Reflexiefme4. Restvergis.
I feel better today.
I feel much better today.
Hurry up a bit!
…that I'm wrong.
With inversion, the subject comes first, and the reflexive pronoun immediately after it: Vandaag voel ik me beter. In a subordinate clause, it also comes immediately after the subject.
Dialoog — Ziekmelding
Morning call to work.
- Alex
Goedemorgen Bas, ik voel me vandaag echt niet lekker.
Good morning, Bas, I don't feel well today.
- Bas
Wat vervelend. Wat heb je precies?
That's a shame. What's wrong exactly?
- Alex
Koorts en hoofdpijn. Ik kan me totaal niet concentreren.
A fever and a headache. I can't concentrate at all.
- Bas
Blijf dan thuis. Maak je geen zorgen over die deadline, dat regelen wij.
Then stay home. Don't worry about the deadline, we'll sort it out.
zich zorgen maken over — to worry about something.
- Alex
Dank je. Ik vraag me wel af of de vergadering doorgaat.
Thanks. I'm just wondering if the meeting will take place.
zich afvragen — to wonder.
- Bas
Die verzetten we. Rust uit en beter worden!
We'll reschedule. Rest and get well soon!
4. Veelgemaakte fouten
✕ Not like this
Ik voel niet lekker.
✓ Correct
Ik voel me niet lekker.
I don't feel well.
Why: “I don't feel well” needs me (“myself”): Ik voel me niet lekker. You can't leave it out.
✕ Not like this
Hij voelt me ziek.
✓ Correct
Hij voelt zich ziek.
He feels ill.
Why: The “self” word changes with the person: ik → me, hij → zich.
✕ Not like this
Wij voelen zich hier thuis.
✓ Correct
Wij voelen ons hier thuis.
We feel at home here.
Why: With wij the “self” word is ons: wij voelen ons. zich is for hij and zij (she/they).
✕ Not like this
Vandaag ik voel me beter.
✓ Correct
Vandaag voel ik me beter.
I feel better today.
Why: If you start with vandaag (“today”), the verb voel comes next, then ik, then me.
✕ Not like this
Ik kan niet concentreren me.
✓ Correct
Ik kan me niet concentreren.
I can't concentrate.
Why: me comes straight after kan, and concentreren goes to the very end.
✕ Not like this
Sorry, ik vergis.
✓ Correct
Sorry, ik vergis me.
Sorry, my mistake.
Why: “To be mistaken” is zich vergissen, always with the “self” word: ik vergis me.
Woordenlijst
zich haasten
to hurry
Haast je, we zijn laat!
zich vergissen
to be mistaken
Sorry, ik vergiste me in de datum.
zich afvragen
to wonder
Ik vraag me af of het klopt.
zich vervelen
to be bored
De kinderen vervelen zich.
zich verheugen op
to look forward to
Ik verheug me op het weekend.
doorgaan
to take place
Gaat de vergadering door?
| zich haasten | to hurry Haast je, we zijn laat! |
| zich vergissen | to be mistaken Sorry, ik vergiste me in de datum. |
| zich afvragen | to wonder Ik vraag me af of het klopt. |
| zich vervelen | to be bored De kinderen vervelen zich. |
| zich verheugen op | to look forward to Ik verheug me op het weekend. |
| doorgaan | to take place Gaat de vergadering door? |
Oefening 1
Vul het juiste reflexieve voornaamwoord in.
Fill in the correct reflexive pronoun.
- 1Ik voel vandaag niet lekker.
I don't feel well today.
- 2Hij ergert aan het lawaai van de buren.
The neighbours' noise annoys him.
- 3Wij voelen hier echt thuis.
We feel at home here.
- 4Voel je al wat beter?
Are you feeling better already?
- 5De kinderen vervelen als het regent.
The children get bored when it rains.
- 6Mag ik even voorstellen? Ik ben Alex.
Allow me to introduce myself. I am Alex.
- 7Voelt u goed, meneer?
Are you feeling well, sir?
- 8We verheugen op de vakantie in juli.
We are looking forward to our holiday in July.
Found a mistake or something unclear in this lesson? Send me a note →