Vaste voorzetsels: denken aan, wachten op, kijken naar
Глаголы с фиксированным предлогом
A2 · Элементарный · ≈ 25 мин · контекст: Velp, Arnhem
Ждать чего-то — по-нидерландски wachten op. Думать о чём-то — denken aan. Предлог здесь не выбирается логикой: он прирос к глаголу, и учить пару нужно целиком, как одно слово. Здесь — рабочий список A2 и правила для вопросов и для er.
1. Рабочий список A2
denken aan
Перевод
думать о
Voorbeeld
Ik denk aan mijn familie.
wachten op
Перевод
ждать (кого/что)
Voorbeeld
We wachten op de bus.
kijken naar
Перевод
смотреть на
Voorbeeld
Ik kijk naar het nieuws.
luisteren naar
Перевод
слушать
Voorbeeld
Hij luistert naar de radio.
vragen naar
Перевод
спрашивать о
Voorbeeld
Ze vroeg naar je adres.
zoeken naar
Перевод
искать
Voorbeeld
Ik zoek naar mijn sleutels.
praten / spreken over
Перевод
говорить о
Voorbeeld
We praten over het werk.
zin hebben in
Перевод
хотеть, быть в настроении
Voorbeeld
Ik heb zin in koffie.
bang zijn voor
Перевод
бояться
Voorbeeld
Ze is bang voor honden.
blij zijn met
Перевод
радоваться чему-то
Voorbeeld
Ik ben blij met het nieuws.
klaar zijn met
Перевод
закончить с
Voorbeeld
Ben je klaar met het formulier?
beginnen met
Перевод
начинать с
Voorbeeld
We beginnen met de koffie.
helpen met
Перевод
помогать с
Voorbeeld
Kun je me helpen met de kast?
houden van
Перевод
любить
Voorbeeld
Ik hou van koken.
weten van
Перевод
знать о
Voorbeeld
Ik weet weinig van techniek.
last hebben van
Перевод
страдать от
Voorbeeld
Ik heb last van mijn rug.
meedoen aan
Перевод
участвовать в
Voorbeeld
Doe je mee aan de cursus?
zich ergeren aan
Перевод
раздражаться из-за
Voorbeeld
Ik erger me aan het lawaai.
tevreden zijn over
Перевод
быть довольным
Voorbeeld
Ze zijn tevreden over het werk.
letten op
Перевод
обращать внимание на
Voorbeeld
Let op je fiets!
| Werkwoord + voorzetsel | Перевод | Voorbeeld |
|---|---|---|
| denken aan | думать о | Ik denk aan mijn familie. |
| wachten op | ждать (кого/что) | We wachten op de bus. |
| kijken naar | смотреть на | Ik kijk naar het nieuws. |
| luisteren naar | слушать | Hij luistert naar de radio. |
| vragen naar | спрашивать о | Ze vroeg naar je adres. |
| zoeken naar | искать | Ik zoek naar mijn sleutels. |
| praten / spreken over | говорить о | We praten over het werk. |
| zin hebben in | хотеть, быть в настроении | Ik heb zin in koffie. |
| bang zijn voor | бояться | Ze is bang voor honden. |
| blij zijn met | радоваться чему-то | Ik ben blij met het nieuws. |
| klaar zijn met | закончить с | Ben je klaar met het formulier? |
| beginnen met | начинать с | We beginnen met de koffie. |
| helpen met | помогать с | Kun je me helpen met de kast? |
| houden van | любить | Ik hou van koken. |
| weten van | знать о | Ik weet weinig van techniek. |
| last hebben van | страдать от | Ik heb last van mijn rug. |
| meedoen aan | участвовать в | Doe je mee aan de cursus? |
| zich ergeren aan | раздражаться из-за | Ik erger me aan het lawaai. |
| tevreden zijn over | быть довольным | Ze zijn tevreden over het werk. |
| letten op | обращать внимание на | Let op je fiets! |
Русский предлог почти никогда не совпадает: ждать автобус — но wachten op de bus; смотреть телевизор — kijken naar de tv.
2. Вопрос: waar + предлог
Если спрашиваем о предмете, вместо wat используется waar + предлог, и они, как правило, разъединяются.
denken aan
Vraag over een ding
Waar denk je aan?
Vraag over een persoon
Aan wie denk je?
wachten op
Vraag over een ding
Waar wacht je op?
Vraag over een persoon
Op wie wacht je?
kijken naar
Vraag over een ding
Waar kijk je naar?
Vraag over een persoon
Naar wie kijk je?
praten over
Vraag over een ding
Waar praten jullie over?
Vraag over een persoon
Over wie praten jullie?
helpen met
Vraag over een ding
Waar help je mee?
Vraag over een persoon
Wie help je?
| Werkwoord | Vraag over een ding | Vraag over een persoon |
|---|---|---|
| denken aan | Waar denk je aan? | Aan wie denk je? |
| wachten op | Waar wacht je op? | Op wie wacht je? |
| kijken naar | Waar kijk je naar? | Naar wie kijk je? |
| praten over | Waar praten jullie over? | Over wie praten jullie? |
| helpen met | Waar help je mee? | Wie help je? |
О людях — обычный предлог + wie. О вещах — waar + предлог. Это то же различие, что у waarmee и met wie в относительных придаточных.
3. С er — если предмет уже назван
— Denk je nog aan die afspraak? — Ja, ik denk er de hele tijd aan.
— Ты помнишь про ту встречу? — Да, я всё время о ней думаю.
— Wacht je op de bus? — Nee, ik wacht erop dat mijn vrouw komt.
— Ждёшь автобус? — Нет, жду, когда придёт жена.
We hebben er gisteren nog over gepraat.
Мы вчера ещё об этом говорили.
Ik heb er geen zin in, eerlijk gezegd.
Честно говоря, мне этого не хочется.
Dialoog — Bij de fysiotherapeut
Первый приём: жалобы и вопросы.
- Fysio
Vertel eens, waar heeft u last van?
Расскажите, что вас беспокоит?
last hebben van — беспокоит, болит.
- Alex
Ik heb last van mijn onderrug, vooral als ik lang zit.
У меня беспокоит поясница, особенно когда долго сижу.
- Fysio
En waar komt dat volgens u door?
И из-за чего это, по-вашему?
komen door — быть вызванным чем-то.
- Alex
Ik denk aan mijn werk: ik zit acht uur per dag achter een scherm.
Думаю, дело в работе: я по восемь часов за монитором.
- Fysio
Logisch. Let op uw houding en begin met korte pauzes, elk half uur even staan.
Логично. Следите за осанкой и начните с коротких перерывов — каждые полчаса вставайте.
- Alex
Helpt dat echt? Ik ben bang voor oefeningen die pijn doen.
Это правда помогает? Я побаиваюсь упражнений, от которых больно.
- Fysio
Geen zorgen. We beginnen rustig en na drie weken kijken we naar het resultaat.
Не переживайте. Начнём спокойно, а через три недели посмотрим на результат.
4. Veelgemaakte fouten
✕Ik wacht de bus.
✓Ik wacht op de bus.
wachten всегда с op.
✕Ik kijk de televisie.
✓Ik kijk naar de televisie.
kijken требует naar.
✕Ik denk over mijn familie.
✓Ik denk aan mijn familie.
denken aan — думать о ком-то; denken over значит «обдумывать».
✕Waar wacht je?
✓Waar wacht je op?
Предлог нельзя терять в вопросе.
✕Ik heb zin op koffie.
✓Ik heb zin in koffie.
zin hebben in.
✕Ik ben blij van het nieuws.
✓Ik ben blij met het nieuws.
blij zijn met.
Woordenlijst
de houding
осанка, поза
Let op je houding.
komen door
быть вызванным чем-то
Waar komt dat door?
de oefeningмн. oefeningen
упражнение
De fysio gaf me oefeningen.
zich ergeren aan
раздражаться из-за
Ik erger me aan het lawaai.
meedoen aan
участвовать в
Doe je mee aan de cursus?
tevreden over
довольный чем-то
Ik ben tevreden over het resultaat.
| de houding | осанка, поза Let op je houding. |
| komen door | быть вызванным чем-то Waar komt dat door? |
| de oefeningмн. oefeningen | упражнение De fysio gaf me oefeningen. |
| zich ergeren aan | раздражаться из-за Ik erger me aan het lawaai. |
| meedoen aan | участвовать в Doe je mee aan de cursus? |
| tevreden over | довольный чем-то Ik ben tevreden over het resultaat. |
Oefening 1
Kies het juiste voorzetsel.
Выберите правильный предлог.
- 1We wachten de bus van tien over acht.
Мы ждём автобус в 8:10.
- 2Ik denk vaak mijn familie in het buitenland.
Я часто думаю о семье за границей.
- 3's Avonds kijken we het nieuws.
Вечером мы смотрим новости.
- 4Heb je zin een kop koffie?
Хочешь чашку кофе?
- 5Mijn dochter is bang grote honden.
Моя дочь боится больших собак.
- 6Ben je al klaar het formulier?
Ты уже закончил с бланком?
- 7Ik heb last mijn rug sinds die verhuizing.
У меня болит спина после того переезда.
- 8We zijn heel tevreden de nieuwe school.
Мы очень довольны новой школой.
Нашли ошибку или неточность в этом уроке? Напишите мне →