NLnl-learn

De onvoltooid verleden tijd: -te of -de

Простое прошедшее: werkte, woonde

A2 · Элементарный · ≈ 25 мин

На A1 вы рассказывали о прошлом через перфект: ik heb gewerkt. Но в описаниях, историях и в письменной речи нидерландцы используют imperfectum: ik werkte, wij woonden. Правило образования — то же самое 't kofschip, что и у причастия, так что половину работы вы уже сделали.

werken (глухой k) и wonen (звонкий n)
  • ik

    werken → werk

    werkte

    wonen → woon

    woonde

  • jij / je

    werken → werk

    werkte

    wonen → woon

    woonde

  • u

    werken → werk

    werkte

    wonen → woon

    woonde

  • hij / zij / het

    werken → werk

    werkte

    wonen → woon

    woonde

  • wij / we

    werken → werk

    werkten

    wonen → woon

    woonden

  • jullie

    werken → werk

    werkten

    wonen → woon

    woonden

  • zij (мн.)

    werken → werk

    werkten

    wonen → woon

    woonden

Отличие от настоящего времени приятное: в единственном числе все три лица одинаковы. Никаких -t и никаких исключений с jij.

1. Как выбрать -te или -de

Смотрим на последний звук основы
  • werken

    Stam

    werk

    Последний звук

    k → 't kofschip

    Imperfectum

    werkte / werkten

  • fietsen

    Stam

    fiets

    Последний звук

    s → 't kofschip

    Imperfectum

    fietste / fietsten

  • koken

    Stam

    kook

    Последний звук

    k → 't kofschip

    Imperfectum

    kookte / kookten

  • praten

    Stam

    praat

    Последний звук

    t → 't kofschip

    Imperfectum

    praatte / praatten

  • wonen

    Stam

    woon

    Последний звук

    n

    Imperfectum

    woonde / woonden

  • bellen

    Stam

    bel

    Последний звук

    l

    Imperfectum

    belde / belden

  • studeren

    Stam

    studeer

    Последний звук

    r

    Imperfectum

    studeerde / studeerden

  • reizen

    Stam

    reis

    Последний звук

    s, но исходный звук z

    Imperfectum

    reisde / reisden

  • leven

    Stam

    leef

    Последний звук

    f, но исходный звук v

    Imperfectum

    leefde / leefden

Как и с причастием: глаголы на -ven и -zen получают -de, потому что исходный звук звонкий. reizen → reisde, leven → leefde.

2. Когда используют imperfectum

Perfectum или imperfectum
  • Новость, факт в разговоре

    Что берут

    perfectum

    Voorbeeld

    Ik heb gisteren de huisarts gebeld.

  • Описание фона, «как было»

    Что берут

    imperfectum

    Voorbeeld

    Het regende en de weg was glad.

  • Рассказ, цепочка событий

    Что берут

    imperfectum

    Voorbeeld

    Ik stapte in de trein en zocht een plek.

  • Привычка в прошлом

    Что берут

    imperfectum

    Voorbeeld

    Vroeger fietste ik elke dag naar school.

  • Письменный текст, статья

    Что берут

    imperfectum

    Voorbeeld

    De gemeente opende het nieuwe zwembad.

Практическое правило для A2: говорите о прошлом в перфекте, рассказывайте историю и описывайте фон — в имперфекте. Подробнее — в отдельном уроке.

Как это звучит

  • Vroeger woonde ik in het buitenland, nu woon ik in Velp.

    Раньше я жил за границей, теперь живу в Велпе.

  • Toen ik klein was, speelde ik elke dag buiten.

    Когда я был маленьким, я каждый день играл на улице.

  • We wachtten een half uur op de bus, want die had vertraging.

    Мы полчаса ждали автобус, он опаздывал.

  • Mijn opa werkte veertig jaar bij dezelfde fabriek.

    Мой дед сорок лет работал на одном заводе.

  • Het regende hard, dus we pakten de trein in plaats van de fiets.

    Шёл сильный дождь, поэтому мы поехали на поезде вместо велосипеда.

Dialoog — Vroeger en nu

Разговор с соседкой о жизни до переезда.

  1. Marjolein

    Waar woonden jullie voor Velp?

    Где вы жили до Велпа?

  2. Alex

    In het buitenland. Ik werkte daar bij een groot IT-bedrijf.

    За границей. Я работал там в большой IT-компании.

  3. Marjolein

    En fietste je daar ook zoveel?

    И там ты тоже столько ездил на велосипеде?

  4. Alex

    Nee hoor, ik pakte altijd de metro. Fietsen deed bijna niemand.

    Да нет, я всегда ездил на метро. На велосипеде почти никто не ездил.

    deed — имперфект от doen, из следующего урока.

  5. Marjolein

    En hoe beviel het jullie hier in het begin?

    И как вам тут понравилось поначалу?

  6. Alex

    Het regende de eerste maand elke dag, dus we twijfelden wel even.

    Первый месяц дождь шёл каждый день, так что мы немного сомневались.

    twijfelen → twijfelde — сомневаться.

  7. Marjolein

    Dat hoorde ik vaker van nieuwe buren!

    Я такое часто слышала от новых соседей!

3. Veelgemaakte fouten

Ik werkde in Arnhem.

Ik werkte in Arnhem.

Основа werk кончается на k — буква из 't kofschip, значит -te.

Wij woonde in het buitenland.

Wij woonden in het buitenland.

Множественное число добавляет -n.

Hij praate met de buurman.

Hij praatte met de buurman.

Основа praat + te = praatte, две t.

Ik reiste vaak → Ik reisde vaak.

Ik reisde vaak naar Duitsland.

Исходный звук z звонкий, значит -de.

Jij werktet gisteren.

Jij werkte gisteren.

В имперфекте у jij нет никакого -t.

Vroeger heb ik elke dag gefietst.

Vroeger fietste ik elke dag.

С vroeger и привычкой в прошлом естественнее имперфект.

Woordenlijst

  • vroeger

    раньше, в прошлом

    Vroeger woonde ik in het buitenland.

  • twijfelen

    сомневаться

    We twijfelden over de verhuizing.

  • de fabriekмн. fabrieken

    завод

    Mijn opa werkte bij een fabriek.

  • dezelfde

    тот же самый

    Veertig jaar bij dezelfde werkgever.

  • in het begin

    поначалу

    In het begin was alles nieuw.

  • als kind

    в детстве

    Als kind speelde ik veel buiten.

Нашли ошибку или неточность в этом уроке? Напишите мне →