Op de markt
- Personages:
- Nora, de groenteman, de kaasverkoopster
Elke zaterdag is er markt op het plein bij ons in de buurt. Nora gaat er graag heen. Ze neemt een grote tas mee en haar pinpas.
Eerst gaat ze naar de groenteman. „Goedemorgen! Wat mag het zijn?” vraagt hij. „Een kilo tomaten, alstublieft,” zegt Nora. „En twee komkommers.” De groenteman doet de tomaten in een zak. „Het is 1,2 kilo. Mag het iets meer zijn?” „Dat is goed,” zegt Nora.
Dan gaat ze naar de kaaskraam. Er liggen heel veel soorten kaas. Nora weet niet welke kaas ze wil. „Wilt u even proeven?” vraagt de verkoopster. Ze geeft Nora een stukje jonge kaas en een stukje oude kaas. De oude kaas is sterk en een beetje zout. Nora neemt een stuk oude kaas.
Bij de viskraam ruikt het naar vis en olie. Hier koopt Nora een grote portie kibbeling voor de lunch. Die is nog warm.
Om elf uur is haar tas vol en zwaar. Nora betaalt overal met haar pinpas. Alleen de bloemenman zegt: „Sorry, alleen contant.” Nora heeft geen contant geld bij zich. „Dan volgende week,” lacht ze. „Dan neem ik wel geld mee.”