Натисніть на виділене слово — з'явиться переклад.
Op zaterdag ik . Eerst ga ik naar de . Er staan veel mensen. 'Wie is er ?' vraagt de bakker. 'Ik! Een bruin en zes , graag.'
Daarna ga ik naar de kaasboer op de markt. '' 'Een kaas, alstublieft.' '' 'Ja hoor.' '' 'Nee, dank u, .'
In de supermarkt koop ik nog een olijfolie, een koffie en een . Bij de vraagt de caissière: '' Ik pin. ''