Een nacht op de dijk
- Soort tekst:
- Fictieve reportage
- Plaats:
- Rivierengebied, Gelderland
Het is kwart over twee 's nachts als Gerrit (67) zijn zaklamp op het gras aan de binnenkant van de dijk richt. 'Kijk,' zegt hij, 'daar borrelt het.' In het licht is een klein kuiltje te zien waaruit troebel water opwelt. Voor een leek niets bijzonders. Voor Gerrit, die al dertig jaar dijkwacht loopt, reden om zijn portofoon te pakken.
De rivier staat deze week hoger dan in jaren. Het waterschap heeft de dijkwacht opgeroepen: honderden vrijwilligers die in ploegen van twee de dijken aflopen, op zoek naar zwakke plekken. Het gevaarlijkste verschijnsel is een zogeheten zandmeevoerende wel: water dat onder de dijk door sijpelt en daarbij zand meeneemt. Gebeurt dat te lang, dan kan de dijk van binnenuit worden uitgehold.
Twintig kilometer verderop, in een kantoorpand aan de rand van de stad, is het ondanks het tijdstip druk. Op grote schermen verschijnen de meldingen van de dijkwachters als gekleurde stipjes. 'Negen van de tien meldingen blijken onschuldig,' zegt coördinator Samira, die al sinds zes uur 's avonds achter haar laptop zit. 'Maar we gaan elke melding na. Liever honderd keer voor niets uitrukken dan één keer te laat.'
Om drie uur arriveert bij Gerrit een ploeg met zandzakken. Rond het kuiltje bouwen ze een kring, een zogeheten opkisting, zodat het water binnen de kring omhoogkomt en de druk afneemt. Het is zwaar werk in de natte klei. Niemand klaagt. 'Mijn opa deed dit in 1995 ook,' zegt de 24-jarige Daan, terwijl hij een zak aangeeft. 'Toen moesten ze het hele dorp evacueren. Dat wil je nooit meer.'
Het is een typisch Nederlands tafereel: een boer, een student, een gepensioneerde leraar en een ingenieur, schouder aan schouder in het donker, zonder dat iemand de leiding hoeft te nemen. Een geliefde verklaring luidt dat het poldermodel hier is ontstaan: wie aan de dijk woonde, moest wel samenwerken met de buren, of hij hen nu mocht of niet.
Tegen zessen kleurt de lucht boven de uiterwaarden grijs. De wel borrelt nog, maar het water is helder geworden: er komt geen zand meer mee. Gerrit schrijft het op in zijn boekje, zet zijn thermoskan in de fietstas en kijkt nog één keer naar de rivier. 'Hij zakt,' zegt hij. 'Langzaam. Maar hij zakt.' Dan fietst hij naar huis, over de dijk die hij deze nacht, samen met anderen, overeind heeft gehouden.