NLnl-learn

Een week zonder auto

A week without a car

B1 · Intermediate · ≈ 20 min

A story about living without a car in the Netherlands: the train, the OV-fiets, pannier bags and car sharing. Notice zou in the family's plan: it's used for what someone was going to do.

Lees het verhaal

Een week zonder auto

Personages:
Alex, Nora, Mila

Het begon op een maandagochtend. Alex draaide de sleutel om, maar de auto deed niets. Hij probeerde het nog een keer: weer niets. De garage kwam de auto ophalen en belde ’s middags terug. „Het is de versnellingsbak,” zei de monteur. „We moeten een onderdeel bestellen. Reken op een week.”

Een week zonder auto: voor Alex klonk dat als een ramp. Zijn werk lag in een andere stad, Nora moest twee keer per week naar de grote supermarkt en Mila had op woensdag hockeytraining aan de andere kant van de stad. Hoe moesten ze dat allemaal doen?

Nora was minder ongerust. „We wonen in Nederland,” zei ze. „Hier doet iedereen alles met de fiets en de trein.” Die avond maakten ze samen een plan. Alex zou met de trein naar zijn werk gaan en het laatste stuk met een OV-fiets rijden. Nora zou de boodschappen in kleine porties doen, met fietstassen. En Mila mocht voor het eerst alleen naar hockey fietsen, samen met een vriendinnetje uit haar team.

De eerste dagen moesten ze wennen. Op dinsdag regende het zo hard dat Alex doorweekt op zijn werk aankwam; een collega leende hem een droog shirt. Op woensdag vergat Nora dat er geen auto was en kocht ze twee grote flessen wasmiddel. Ze moest lopend naar huis, met de fiets aan de hand.

Maar vanaf donderdag ging het steeds beter. Alex merkte dat hij in de trein kon lezen in plaats van in de file te staan, en hij kwam zelfs ontspannener op zijn werk aan. Mila was trots dat ze zelf naar hockey kon. En Nora ontdekte een markt in de buurt waar ze verse groente kon kopen zonder auto.

Na acht dagen belde de garage: de auto was klaar. De rekening was hoog, maar dat was niet het grootste nieuws. Die avond zei Alex aan tafel iets wat niemand had verwacht. „Ik heb uitgerekend wat de auto ons per maand kost: verzekering, benzine, belasting en onderhoud. Het is meer dan vierhonderd euro.”

Ze besloten de auto te verkopen. Voor lange reizen of grote boodschappen huren ze nu af en toe een deelauto uit de buurt. „Een week zonder auto was een ramp,” lacht Alex nu. „Maar het was de beste ramp van het jaar.”

Woorden bij de tekst

  • de versnellingsbak — gearbox
  • reken op — count on, expect
  • de ramp — disaster
  • ongerust — worried
  • de OV-fiets — NS rental bike at the station
  • wennen — to get used to
  • doorweekt — soaked
  • in de file staan — to be stuck in traffic
  • het onderhoud — maintenance
  • de deelauto — shared car
Show translation (try it without first)

It started on a Monday morning. Alex turned the key, but the car did nothing. He tried again: still nothing. The garage came to collect the car and called back in the afternoon. “It's the gearbox,” said the mechanic. “We need to order a part. Count on a week.”

A week without a car: to Alex it sounded like a disaster. His work was in another town, Nora had to go to the big supermarket twice a week and Mila had hockey practice on Wednesdays on the other side of town. How were they going to manage all that?

Nora was less worried. “We live in the Netherlands,” she said. “Here everyone does everything by bike and train.” That evening they made a plan together. Alex would take the train to work and ride the last stretch on an OV-fiets. Nora would do the shopping in small amounts, with pannier bags. And Mila was allowed to cycle to hockey on her own for the first time, together with a friend from her team.

The first days took some getting used to. On Tuesday it rained so hard that Alex arrived at work soaked; a colleague lent him a dry shirt. On Wednesday Nora forgot there was no car and bought two big bottles of washing liquid. She had to walk home, pushing her bike.

But from Thursday on things got better and better. Alex noticed he could read on the train instead of sitting in traffic, and he even arrived at work more relaxed. Mila was proud she could get to hockey by herself. And Nora discovered a market nearby where she could buy fresh vegetables without a car.

After eight days the garage called: the car was ready. The bill was high, but that wasn't the biggest news. That evening at dinner Alex said something nobody had expected. “I've worked out what the car costs us per month: insurance, petrol, tax and maintenance. It's more than four hundred euros.”

They decided to sell the car. For long trips or big shopping trips they now sometimes rent a shared car from the neighbourhood. “A week without a car was a disaster,” Alex laughs now. “But it was the best disaster of the year.”

Found a mistake or something unclear in this lesson? Send me a note →