Sinterklaas voor het eerst
- Personages:
- Mila, Fenna, Nora, Alex
In november vroeg Mila’s juf aan de klas: „Wie heeft er al een schoen gezet?” Alle kinderen staken hun vinger op, behalve Mila. Ze wist niet waar de juf het over had.
Na school legde Fenna het uit. Fenna was inmiddels haar beste vriendin. „Sinterklaas komt elk jaar half november met de boot uit Spanje,” zei ze. „’s Avonds zet je je schoen bij de kachel en je zingt een liedje. De volgende ochtend zit er iets lekkers in.”
Die avond zette Mila haar schoen bij de verwarming, want een kachel hadden ze niet. Ze legde er een wortel in voor het paard van Sinterklaas en zong het liedje dat Fenna haar had geleerd. De volgende ochtend lagen er een chocoladeletter M en een handvol pepernoten in haar schoen.
Op 5 december vierden ze pakjesavond bij Fenna thuis. Iedereen had een cadeautje voor iemand anders gekocht en er een gedicht bij geschreven. Het gedicht moest je hardop voorlezen. Dat was het grappigste deel van de avond, want in de gedichten plaagde iedereen elkaar.
Alex kreeg een felgele fietsbel met een gedicht over de duizend zwarte fietsen op het station. Iedereen lachte. Mila kreeg een boek, en Nora een bos tulpen — in december!
„Bestaat Sinterklaas echt?” vroeg Mila op de terugweg. Nora dacht even na. „Wat denk jij?” vroeg ze terug. Mila glimlachte en at haar laatste pepernoot op.