De buurman die altijd klaagt
- Personages:
- Alex, Nora, Mila, meneer Visser
Toen we vorig jaar in ons nieuwe appartement kwamen wonen, kenden we niemand in het gebouw. Onder ons woonde meneer Visser, een man van rond de zeventig. We zagen hem bijna nooit, maar we hoorden hem wel.
Na een week stond hij voor het eerst aan de deur. „Uw dochter loopt ’s avonds heel hard over de vloer,” zei hij. „Ik hoor alles.” Nora bood haar excuses aan en kocht de volgende dag zachte pantoffels voor Mila.
Twee weken later kwam hij weer. Deze keer ging het over onze wasmachine. „Die maakt zoveel lawaai. Kunt u niet overdag wassen?” Vanaf toen wasten we alleen nog overdag. Toch bleef hij klagen: over de fietsen in de gang, over de muziek, zelfs over de geur van ons eten.
Alex werd een beetje boos. „Waarom is hij altijd zo negatief?” vroeg hij. Nora had een ander idee. Op zondag bakte ze een appeltaart en belde ze bij meneer Visser aan. „We zijn uw nieuwe buren,” zei ze. „Heeft u zin in een kopje koffie?”
Meneer Visser keek verbaasd, maar hij kwam. Die middag vertelde hij twee uur lang over zijn vrouw. Ze was een jaar eerder overleden. Sindsdien was hij bijna altijd alleen en hoorde hij elk geluid in het huis.
Nu drinkt hij elke zondag koffie bij ons. Hij helpt Mila met haar huiswerk en hij repareert onze fietsen. En klagen? Dat doet hij bijna niet meer. Alleen over het weer — maar dat doet iedereen in Nederland.