NLnl-learn

Een weekend op Texel

A weekend on Texel

A2 · Elementary · ≈ 15 min

A travel story with a route, the weather and a funny argument at dinner. Lots of comparisons (het grootste, meer schapen dan mensen) and past-tense verbs.

Lees het verhaal

Een weekend op Texel

Personages:
Alex, Nora, Mila

In mei gingen Alex, Nora en Mila een lang weekend naar Texel. Texel is het grootste Waddeneiland en je komt er met de boot vanuit Den Helder. De overtocht duurt maar twintig minuten.

Ze namen hun fietsen mee op de boot. Op het eiland huurden ze een klein huisje in een dorp, vlak bij de duinen. Het eerste wat Mila zag, waren de schapen. „Er zijn hier meer schapen dan mensen!” riep ze.

Op zaterdag fietsten ze naar de vuurtoren in het noorden. Het was een mooie dag, maar het waaide hard. Op de terugweg hadden ze de wind tegen. Alex moest Mila af en toe een duwtje geven. „Waarom waait het hier altijd?” vroeg Mila. „Omdat er geen bergen zijn,” zei Alex.

Op zondag bezochten ze Ecomare, een centrum voor zeehonden. Daar zagen ze hoe de verzorgers jonge zeehonden helpen die alleen op het strand zijn gevonden. Mila wilde er meteen gaan werken.

’s Avonds aten ze in het dorp. Op de kaart stond lamsvlees van Texelse schapen. Mila wilde het niet eten. „Misschien is het een vriendje van de schapen die ik vandaag heb gezien,” zei ze. Uiteindelijk at ze alleen friet met appelmoes.

Op maandag namen ze de boot terug. Mila stond aan de reling en keek naar het eiland. „Volgend jaar weer?” vroeg Nora. „Ja,” zei Mila. „Maar dan in de zomer. En zonder wind.” Alex lachte: „Zonder wind? Dan moeten we naar een ander land.”

Woorden bij de tekst

  • het Waddeneiland — Wadden Island
  • de overtocht — crossing
  • huren — to rent
  • de duinen — dunes
  • de vuurtoren — lighthouse
  • de wind tegen hebben — to have a headwind
  • een duwtje geven — to give a little push
  • de zeehond — seal
  • de verzorger — keeper, carer
  • de reling — (ship's) railing
Show translation (try it without first)

In May Alex, Nora and Mila went to Texel for a long weekend. Texel is the largest Wadden Island and you get there by boat from Den Helder. The crossing takes only twenty minutes.

They took their bikes on the boat. On the island they rented a small cottage in a village, right next to the dunes. The first thing Mila saw was the sheep. “There are more sheep than people here!” she shouted.

On Saturday they cycled to the lighthouse in the north. It was a nice day, but the wind was strong. On the way back they had a headwind. Every now and then Alex had to give Mila a little push. “Why is it always windy here?” Mila asked. “Because there are no mountains,” said Alex.

On Sunday they visited Ecomare, a centre for seals. There they saw how the keepers help young seals that were found alone on the beach. Mila wanted to work there straight away.

In the evening they ate in the village. The menu had lamb from Texel sheep. Mila didn't want to eat it. “Maybe it's a friend of the sheep I saw today,” she said. In the end she only ate chips with apple sauce.

On Monday they took the boat back. Mila stood at the railing looking at the island. “Again next year?” asked Nora. “Yes,” said Mila. “But in the summer. And without wind.” Alex laughed: “Without wind? Then we'd have to go to another country.”

Found a mistake or something unclear in this lesson? Send me a note →