Een weekend op Texel
- Personages:
- Alex, Nora, Mila
In mei gingen Alex, Nora en Mila een lang weekend naar Texel. Texel is het grootste Waddeneiland en je komt er met de boot vanuit Den Helder. De overtocht duurt maar twintig minuten.
Ze namen hun fietsen mee op de boot. Op het eiland huurden ze een klein huisje in een dorp, vlak bij de duinen. Het eerste wat Mila zag, waren de schapen. „Er zijn hier meer schapen dan mensen!” riep ze.
Op zaterdag fietsten ze naar de vuurtoren in het noorden. Het was een mooie dag, maar het waaide hard. Op de terugweg hadden ze de wind tegen. Alex moest Mila af en toe een duwtje geven. „Waarom waait het hier altijd?” vroeg Mila. „Omdat er geen bergen zijn,” zei Alex.
Op zondag bezochten ze Ecomare, een centrum voor zeehonden. Daar zagen ze hoe de verzorgers jonge zeehonden helpen die alleen op het strand zijn gevonden. Mila wilde er meteen gaan werken.
’s Avonds aten ze in het dorp. Op de kaart stond lamsvlees van Texelse schapen. Mila wilde het niet eten. „Misschien is het een vriendje van de schapen die ik vandaag heb gezien,” zei ze. Uiteindelijk at ze alleen friet met appelmoes.
Op maandag namen ze de boot terug. Mila stond aan de reling en keek naar het eiland. „Volgend jaar weer?” vroeg Nora. „Ja,” zei Mila. „Maar dan in de zomer. En zonder wind.” Alex lachte: „Zonder wind? Dan moeten we naar een ander land.”