Ons eerste jaar in Velp
- Wie schrijft:
- Alex, sinds vorig jaar september in Velp
- Voor:
- de nieuwsbrief van de taalcursus
Toen we vorig jaar september in Velp aankwamen, regende het drie weken achter elkaar. Onze dochter vroeg elke dag wanneer de zon weer terugkwam, en ik had daar geen antwoord op. We woonden in een klein appartement dat we via internet hadden gehuurd, zonder het ooit gezien te hebben.
De eerste maand ging bijna helemaal op aan papieren. We moesten ons inschrijven bij de gemeente, een BSN aanvragen, een bankrekening openen en een zorgverzekering kiezen. Bij elk loket kregen we een brief mee die ik thuis met een woordenboek doorwerkte. Ik begreep vaak wel wát er stond, maar niet altijd wat ik moest doen.
Het Nederlands ging in het begin moeizaam. Op mijn werk sprak iedereen Engels met me, en dat was makkelijk maar niet handig: zo leerde ik niets. Toen ik op een dag tegen een collega zei dat ik het in het Nederlands wilde proberen, veranderde er iets. Ze praatte langzamer, corrigeerde me af en toe, en na een paar maanden merkte ik dat vergaderingen niet meer als ruis klonken.
Wat het meest hielp, waren de buren. Marjolein van nummer 26 belde aan met een appeltaart, omdat ze had gezien dat er een verhuiswagen stond. Sindsdien drinken we regelmatig koffie. Zij is degene die me uitlegde hoe de vuilnisdagen werken en waarom je je fiets altijd op slot moet zetten.
Nu, een jaar later, gaat Mila met plezier naar school en fiets ik elke dag naar het station. Ik versta bijna alles, al blijft het lastig als drie mensen tegelijk praten. Soms mis ik onze oude stad, vooral in de winter. Maar als ik op zaterdag over de markt loop en de kaasboer me groet met «Zegt u het maar!», dan voelt Velp toch als thuis.