NLnl-learn

Onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd

Неправильные глаголы в прошедшем: was, had, ging

A2 · Элементарный · ≈ 25 мин

Самые частые глаголы — неправильные, и именно они звучат в каждом рассказе о прошлом: was, had, ging, kwam, zag. Хорошая новость: они меняются по понятным группам, а во множественном числе почти всегда просто добавляется -en.

Два главных глагола
  • ik

    zijn

    was

    hebben

    had

  • jij / u

    zijn

    was

    hebben

    had

  • hij / zij / het

    zijn

    was

    hebben

    had

  • wij / jullie / zij

    zijn

    waren

    hebben

    hadden

Обратите внимание на waren с долгим a — это единственный глагол, где множественное число выглядит совсем иначе.

1. Список по группам

Группа i → o: чаще всего
  • drinken

    Imperfectum

    dronk

    Meervoud

    dronken

    Перевод

    пить

  • vinden

    Imperfectum

    vond

    Meervoud

    vonden

    Перевод

    находить, считать

  • beginnen

    Imperfectum

    begon

    Meervoud

    begonnen

    Перевод

    начинать

  • zingen

    Imperfectum

    zong

    Meervoud

    zongen

    Перевод

    петь

  • winnen

    Imperfectum

    won

    Meervoud

    wonnen

    Перевод

    выигрывать

Группа ij → ee
  • schrijven

    Imperfectum

    schreef

    Meervoud

    schreven

    Перевод

    писать

  • blijven

    Imperfectum

    bleef

    Meervoud

    bleven

    Перевод

    оставаться

  • rijden

    Imperfectum

    reed

    Meervoud

    reden

    Перевод

    ехать

  • kijken

    Imperfectum

    keek

    Meervoud

    keken

    Перевод

    смотреть

  • begrijpen

    Imperfectum

    begreep

    Meervoud

    begrepen

    Перевод

    понимать

Группа e/ee → a (мн. с долгим a)
  • lezen

    Imperfectum

    las

    Meervoud

    lazen

    Перевод

    читать

  • eten

    Imperfectum

    at

    Meervoud

    aten

    Перевод

    есть

  • geven

    Imperfectum

    gaf

    Meervoud

    gaven

    Перевод

    давать

  • nemen

    Imperfectum

    nam

    Meervoud

    namen

    Перевод

    брать

  • spreken

    Imperfectum

    sprak

    Meervoud

    spraken

    Перевод

    говорить

  • zitten

    Imperfectum

    zat

    Meervoud

    zaten

    Перевод

    сидеть

  • liggen

    Imperfectum

    lag

    Meervoud

    lagen

    Перевод

    лежать

  • komen

    Imperfectum

    kwam

    Meervoud

    kwamen

    Перевод

    приходить

Отдельные, которые нужны каждый день
  • gaan

    Imperfectum

    ging

    Meervoud

    gingen

    Перевод

    идти, ехать

  • doen

    Imperfectum

    deed

    Meervoud

    deden

    Перевод

    делать

  • staan

    Imperfectum

    stond

    Meervoud

    stonden

    Перевод

    стоять

  • zien

    Imperfectum

    zag

    Meervoud

    zagen

    Перевод

    видеть

  • weten

    Imperfectum

    wist

    Meervoud

    wisten

    Перевод

    знать

  • zeggen

    Imperfectum

    zei

    Meervoud

    zeiden

    Перевод

    сказать

  • worden

    Imperfectum

    werd

    Meervoud

    werden

    Перевод

    становиться

  • brengen

    Imperfectum

    bracht

    Meervoud

    brachten

    Перевод

    приносить

  • kopen

    Imperfectum

    kocht

    Meervoud

    kochten

    Перевод

    покупать

  • zoeken

    Imperfectum

    zocht

    Meervoud

    zochten

    Перевод

    искать

  • denken

    Imperfectum

    dacht

    Meervoud

    dachten

    Перевод

    думать

  • krijgen

    Imperfectum

    kreeg

    Meervoud

    kregen

    Перевод

    получать

  • vertrekken

    Imperfectum

    vertrok

    Meervoud

    vertrokken

    Перевод

    отправляться

  • helpen

    Imperfectum

    hielp

    Meervoud

    hielpen

    Перевод

    помогать

  • lopen

    Imperfectum

    liep

    Meervoud

    liepen

    Перевод

    идти пешком

  • slapen

    Imperfectum

    sliep

    Meervoud

    sliepen

    Перевод

    спать

  • roepen

    Imperfectum

    riep

    Meervoud

    riepen

    Перевод

    звать

  • houden

    Imperfectum

    hield

    Meervoud

    hielden

    Перевод

    держать, любить

zei / zeiden — самая коварная пара: единственное число звучит как «зей», множественное — «зейден».

2. В связной речи

  • Gisteren was ik ziek, dus ik ging niet naar mijn werk.

    Вчера я болел, поэтому не пошёл на работу.

  • We stonden een half uur in de file bij Arnhem-Zuid.

    Мы полчаса стояли в пробке у Арнем-Зёйд.

    in de file staan — стоять в пробке.

  • Ze zei dat ze later kwam.

    Она сказала, что придёт позже.

    В придаточном глагол уходит в конец — тема отдельного урока.

  • Ik wist het adres niet, dus ik keek even op mijn telefoon.

    Я не знал адреса, поэтому посмотрел в телефоне.

  • Toen ik binnenkwam, zaten ze al aan tafel.

    Когда я вошёл, они уже сидели за столом.

Dialoog — Waarom was je er niet?

Коллега объясняет, почему опоздал на встречу.

  1. Sanne

    Je was er gisteren niet bij de vergadering. Alles goed?

    Тебя вчера не было на совещании. Всё нормально?

  2. Alex

    Sorry, ik had een lekke band. Ik stond ineens stil op de Velperweg.

    Извини, у меня спустило колесо. Я вдруг встал на Velperweg.

  3. Sanne

    Wat vervelend! Kwam je nog op tijd bij de fietsenmaker?

    Как неприятно! Ты успел в веломастерскую?

  4. Alex

    Ja, hij hielp me meteen. Maar toen was de vergadering al voorbij.

    Да, он мне сразу помог. Но совещание к тому времени уже закончилось.

  5. Sanne

    Geen probleem. Bas zei dat hij je een samenvatting zou sturen.

    Ничего страшного. Бас сказал, что пришлёт тебе краткое содержание.

    zou — сослагательное «бы», подробно в отдельном уроке.

  6. Alex

    Fijn. Ik kreeg vanochtend inderdaad zijn mail.

    Отлично. Сегодня утром я действительно получил его письмо.

3. Veelgemaakte fouten

Ik gingde naar huis.

Ik ging naar huis.

У неправильных глаголов нет окончаний -te/-de.

Wij was moe.

Wij waren moe.

Множественное число от was — waren.

Zij zeide niets.

Zij zei niets.

Форма zei; во множественном — zeiden.

Hij kwamde te laat.

Hij kwam te laat.

komen → kwam, без окончания.

Wij hebben geen tijd hadden.

Wij hadden geen tijd.

Имперфект не сочетается с перфектом в одной форме.

Ik heb gisteren ziek geweest.

Ik was gisteren ziek. / Ik ben gisteren ziek geweest.

Либо имперфект was, либо перфект с ben.

Woordenlijst

  • de fileмн. files

    пробка

    We stonden een half uur in de file.

  • ineens

    вдруг

    Ineens stond ik stil.

  • voorbij

    закончившийся, позади

    De vergadering was al voorbij.

  • de samenvattingмн. samenvattingen

    краткое содержание

    Hij stuurde een samenvatting.

  • inderdaad

    действительно

    Ik kreeg inderdaad zijn mail.

  • Wat vervelend!

    Как неприятно!spreektaal

    Wat vervelend, zeg!

Нашли ошибку или неточность в этом уроке? Напишите мне →