Nora’s sollicitatiegesprek
- Personages:
- Nora, Alex, Mila, apotheker Yasmina
Nora zocht al maanden werk. Ze stuurde tientallen brieven, maar ze kreeg bijna nooit antwoord. Op een dinsdag ging haar telefoon. Een apotheek in de buurt nodigde haar uit voor een gesprek. De apotheek zocht een assistent voor de balie.
Nora bereidde zich goed voor. Ze las alles over de apotheek op de website en oefende met Alex. „Vertel eens iets over jezelf,” zei Alex steeds, met een strenge stem. Nora moest lachen, maar het hielp.
Het gesprek was op vrijdag om tien uur. Nora was er al om kwart voor tien. Er zaten twee mensen tegenover haar: de apotheker, Yasmina, en een collega van de balie. Ze stelden veel vragen. „Waarom wilt u hier werken?” „Wat zijn uw zwakke punten?” „Hoe goed is uw Nederlands?”
Bij die laatste vraag aarzelde Nora even. Toen zei ze eerlijk: „Nog niet perfect. Maar ik leer elke dag, en klanten begrijp ik goed. Als ik iets niet weet, vraag ik het.” De apotheker knikte. „Dat vind ik belangrijker dan perfecte grammatica,” zei ze.
Aan het einde vroeg de apotheker: „Heeft u zelf nog vragen?” Nora had dat thuis geoefend. Ze vroeg naar de werktijden, naar de inwerkperiode en of er een cursus was voor nieuwe medewerkers. Ze zag dat de apotheker dat goed vond.
Een week later belde de apotheek. Nora mocht beginnen, eerst voor drie dagen per week. Die avond gingen ze met z’n drieën uit eten. „Op de nieuwe assistent!” zei Alex, en hij hief zijn glas. Mila hief haar glas limonade.