Alex koopt een fiets
- Personages:
- Alex, collega Bas, de verkoper
Alex woont nu drie maanden in Nederland. Hij heeft nog geen fiets. Elke dag loopt hij twintig minuten naar het station. „Je hebt echt een fiets nodig,” zegt zijn collega Bas.
Op zaterdag gaat Alex naar een fietsenwinkel in het centrum. Er staan heel veel fietsen: rode, zwarte, nieuwe en oude. Een nieuwe fiets kost achthonderd euro. „Dat is te duur,” denkt Alex.
De verkoper heeft een idee. „Kijk, deze fiets is tweedehands. Hij is vijf jaar oud, maar nog heel goed. Hij kost honderdvijftig euro.” Alex probeert de fiets en rijdt een rondje. De fiets is zwart en een beetje oud, maar hij rijdt goed.
„Ik neem hem,” zegt Alex. „Heeft u ook een slot?” „Natuurlijk,” zegt de verkoper. „Neem er maar twee. Hier verdwijnen veel fietsen.”
Op maandag fietst Alex naar het station. Het duurt maar zes minuten! Hij zet de fiets in de grote fietsenstalling. ’s Avonds zoekt hij tien minuten naar zijn fiets: bijna alle fietsen zijn zwart. Morgen koopt hij een felgele bel.