NLnl-learn

Waarom de gordijnen open blijven

Why the curtains stay open

B2 · Upper intermediate · ≈ 25 min

A text between story and essay: the main character collects different opinions and compares them. Look for the words that introduce views and arguments: volgens, sommigen wijzen op, anderen noemen, weer anderen denken.

Lees het verhaal

Waarom de gordijnen open blijven

Personages:
Nora, Alex, collega’s Joost en Willemijn

In haar eerste winter in Nederland maakte Nora ’s avonds vaak een wandeling door de wijk. Wat haar opviel, was niet de kou of de regen, maar de ramen. In bijna elk huis brandde licht en waren de gordijnen open. Ze kon zo naar binnen kijken: een gezin aan tafel, een man die de krant las, een vrouw op de bank met een kat op schoot.

In het begin voelde ze zich een gluurder en keek ze snel weg. Maar al gauw merkte ze dat niemand het erg leek te vinden. Sommige mensen zwaaiden zelfs als ze voorbijkwam. Thuis vroeg ze aan Alex of het hem ook was opgevallen. „Natuurlijk,” zei hij. „Ik dacht eerst dat ze het licht van de straat binnen wilden laten.” Nora lachte, maar een beter antwoord had ze ook niet.

Op haar werk vroeg ze het aan haar collega’s. Iedereen had een andere verklaring. „Het komt van het calvinisme,” zei Joost, die geschiedenis had gestudeerd. „Een fatsoenlijk mens heeft niets te verbergen. Vroeger liet je met open gordijnen zien dat je een net huishouden had.” Willemijn haalde haar schouders op. „Ik vind het gewoon gezelliger. In de winter is het al zo donker. Waarom zou je je licht dan ook nog binnen houden?”

Nora zocht er later meer over op en ontdekte dat ook deskundigen het niet eens zijn over de oorzaak. Sommigen wijzen inderdaad op de calvinistische cultuur van soberheid en openheid. Anderen noemen iets praktischers: in de dichtbebouwde Nederlandse steden zijn de huizen smal en de ramen groot, en wie zijn gordijnen dichtdoet, zit al vroeg in het donker. Weer anderen denken dat het simpelweg een gewoonte is die van generatie op generatie wordt doorgegeven, zonder dat iemand er nog bij stilstaat.

Het meest interessant vond Nora dat er een ongeschreven regel bij hoort. In Nederland kijk je wel naar binnen, maar je blijft niet staan. Wie dat wel doet, wordt al snel als onbeleefd gezien. Openheid gaat hier dus samen met een vorm van discretie: iedereen kan je zien, maar niemand bemoeit zich ermee.

Bovendien is de gewoonte aan het veranderen. In nieuwe wijken zie je steeds vaker lamellen en matglas, en jongere Nederlanders vinden het lang niet altijd vanzelfsprekend om hun woonkamer tentoon te stellen. „Mijn dochter doet alles dicht,” zei Willemijn. „Ze zegt dat ze anders het gevoel heeft in een etalage te wonen.”

En Nora zelf? Na een paar maanden twijfelen vond ze een tussenweg. ’s Avonds blijven de gordijnen open tot Mila naar bed gaat. Daarna gaan ze dicht. „Half Nederlands,” noemt Alex dat. Nora vindt het een prima compromis. En compromissen, heeft ze inmiddels geleerd, zijn ook heel Nederlands.

Woorden bij de tekst

  • opvallen — to stand out, to be noticed
  • de gluurder — peeping Tom, snoop
  • de verklaring — explanation
  • fatsoenlijk — decent, respectable
  • de soberheid — sobriety, austerity
  • dichtbebouwd — densely built-up
  • ergens bij stilstaan — to stop and think about something
  • zich bemoeien met — to interfere with, to meddle in
  • tentoonstellen — to display, to exhibit
  • de tussenweg — middle way
Show translation (try it without first)

In her first winter in the Netherlands Nora often went for an evening walk around the neighbourhood. What struck her wasn't the cold or the rain, but the windows. In almost every house the lights were on and the curtains open. She could look straight in: a family at the table, a man reading the paper, a woman on the sofa with a cat on her lap.

At first she felt like a peeping Tom and quickly looked away. But she soon noticed that nobody seemed to mind. Some people even waved as she passed. At home she asked Alex if he had noticed it too. “Of course,” he said. “At first I thought they wanted to let the light from the street in.” Nora laughed, but she didn't have a better answer either.

At work she asked her colleagues. Everyone had a different explanation. “It comes from Calvinism,” said Joost, who had studied history. “A decent person has nothing to hide. In the old days you showed with open curtains that you kept a tidy home.” Willemijn shrugged. “I just think it's cosier. It's dark enough in winter. Why keep your light inside as well?”

Later Nora looked it up and discovered that experts don't agree on the cause either. Some do point to the Calvinist culture of sobriety and openness. Others mention something more practical: in densely built Dutch towns the houses are narrow and the windows large, and anyone who closes their curtains sits in the dark early. Still others think it's simply a habit passed down from generation to generation, without anyone stopping to think about it any more.

What Nora found most interesting was that there's an unwritten rule that goes with it. In the Netherlands you do look in, but you don't stop. Anyone who does is soon seen as rude. So here openness goes hand in hand with a kind of discretion: everyone can see you, but nobody interferes.

What's more, the habit is changing. In new neighbourhoods you see more and more blinds and frosted glass, and younger Dutch people by no means always think it's natural to put their living room on display. “My daughter closes everything,” said Willemijn. “She says otherwise she feels like she's living in a shop window.”

And Nora herself? After a few months of doubt she found a middle way. In the evening the curtains stay open until Mila goes to bed. Then they're closed. “Half Dutch,” Alex calls it. Nora thinks it's a fine compromise. And compromises, she has learned by now, are very Dutch too.

Found a mistake or something unclear in this lesson? Send me a note →