Waarom de gordijnen open blijven
- Personages:
- Nora, Alex, collega’s Joost en Willemijn
In haar eerste winter in Nederland maakte Nora ’s avonds vaak een wandeling door de wijk. Wat haar opviel, was niet de kou of de regen, maar de ramen. In bijna elk huis brandde licht en waren de gordijnen open. Ze kon zo naar binnen kijken: een gezin aan tafel, een man die de krant las, een vrouw op de bank met een kat op schoot.
In het begin voelde ze zich een gluurder en keek ze snel weg. Maar al gauw merkte ze dat niemand het erg leek te vinden. Sommige mensen zwaaiden zelfs als ze voorbijkwam. Thuis vroeg ze aan Alex of het hem ook was opgevallen. „Natuurlijk,” zei hij. „Ik dacht eerst dat ze het licht van de straat binnen wilden laten.” Nora lachte, maar een beter antwoord had ze ook niet.
Op haar werk vroeg ze het aan haar collega’s. Iedereen had een andere verklaring. „Het komt van het calvinisme,” zei Joost, die geschiedenis had gestudeerd. „Een fatsoenlijk mens heeft niets te verbergen. Vroeger liet je met open gordijnen zien dat je een net huishouden had.” Willemijn haalde haar schouders op. „Ik vind het gewoon gezelliger. In de winter is het al zo donker. Waarom zou je je licht dan ook nog binnen houden?”
Nora zocht er later meer over op en ontdekte dat ook deskundigen het niet eens zijn over de oorzaak. Sommigen wijzen inderdaad op de calvinistische cultuur van soberheid en openheid. Anderen noemen iets praktischers: in de dichtbebouwde Nederlandse steden zijn de huizen smal en de ramen groot, en wie zijn gordijnen dichtdoet, zit al vroeg in het donker. Weer anderen denken dat het simpelweg een gewoonte is die van generatie op generatie wordt doorgegeven, zonder dat iemand er nog bij stilstaat.
Het meest interessant vond Nora dat er een ongeschreven regel bij hoort. In Nederland kijk je wel naar binnen, maar je blijft niet staan. Wie dat wel doet, wordt al snel als onbeleefd gezien. Openheid gaat hier dus samen met een vorm van discretie: iedereen kan je zien, maar niemand bemoeit zich ermee.
Bovendien is de gewoonte aan het veranderen. In nieuwe wijken zie je steeds vaker lamellen en matglas, en jongere Nederlanders vinden het lang niet altijd vanzelfsprekend om hun woonkamer tentoon te stellen. „Mijn dochter doet alles dicht,” zei Willemijn. „Ze zegt dat ze anders het gevoel heeft in een etalage te wonen.”
En Nora zelf? Na een paar maanden twijfelen vond ze een tussenweg. ’s Avonds blijven de gordijnen open tot Mila naar bed gaat. Daarna gaan ze dicht. „Half Nederlands,” noemt Alex dat. Nora vindt het een prima compromis. En compromissen, heeft ze inmiddels geleerd, zijn ook heel Nederlands.