NLnl-learn

Vrijwilliger bij de voedselbank

Volunteering at the food bank

B1 · Intermediate · ≈ 20 min

Volunteering is one of the quickest ways to feel at home in the Netherlands. The text has lots of relative clauses (een vrouw die…, het brood dat…): note which word each one refers to.

Lees het verhaal

Vrijwilliger bij de voedselbank

Personages:
Alex, Ineke, collega Bas

Op een zaterdagochtend in januari stond Alex voor het eerst in een koude loods aan de rand van de stad. Overal stonden kratten met groente, pakken melk en blikken soep. Een vrouw met een rode muts gaf hem een hand. „Welkom bij de voedselbank,” zei ze. „Ik ben Ineke. Heb je ooit dozen ingepakt?”

Alex liep al een tijdje met het idee rond. Na zijn eerste jaar in Nederland voelde hij zich nog steeds een beetje een gast. Hij werkte, betaalde belasting en sprak redelijk Nederlands, maar hij kende weinig mensen buiten zijn werk. „Doe vrijwilligerswerk,” had zijn collega Bas gezegd. „Dan leer je de stad pas echt kennen.”

Het werk was eenvoudig, maar zwaar. De vrijwilligers sorteerden wat supermarkten en bedrijven hadden gegeven en pakten daar pakketten van in. Elk pakket was voor een gezin dat te weinig geld had om genoeg eten te kopen. Ineke legde uit dat niet iedereen zomaar een pakket krijgt: „Er wordt eerst gekeken naar het inkomen en de vaste lasten. Pas als er echt te weinig overblijft, kun je bij ons terecht.”

’s Middags kwamen de klanten hun pakket ophalen. Alex had verwacht dat het een stille, verdrietige middag zou worden, maar dat viel mee. Er werd gepraat en gelachen. Een oudere man vertelde dat hij na een scheiding zijn huis was kwijtgeraakt. Een jonge moeder kwam met een kinderwagen en bedankte iedereen twee keer.

Wat Alex het meest verraste, was wie er nog meer als vrijwilliger werkten: een gepensioneerde leraar, een student geneeskunde, een buschauffeur, en een vrouw die jaren eerder zelf een pakket had gekregen. „Toen hielpen ze mij,” zei ze. „Nu help ik.”

Inmiddels gaat Alex elke tweede zaterdag van de maand. Zijn Nederlands is er beter van geworden, want in de loods wordt alleen Nederlands gesproken, en vaak ook nog plat. Hij kent nu de bakker die elke week brood brengt, de buurman van Ineke en de helft van de vrijwilligers bij naam.

Bas vroeg laatst of het hem niet te veel tijd kostte. Alex dacht even na. „Het kost me één zaterdag per maand,” zei hij. „Maar ik krijg er een hele stad voor terug.”

Woorden bij de tekst

  • de loods — warehouse, shed
  • de krat — crate
  • rondlopen met een idee — to have an idea in mind for a while
  • het vrijwilligerswerk — volunteer work
  • de vaste lasten — fixed costs
  • terechtkunnen bij — to be able to go to (for help)
  • dat viel mee — it was better than expected
  • de scheiding — divorce
  • kwijtraken — to lose
  • plat (praten) — to speak in broad dialect
Show translation (try it without first)

One Saturday morning in January Alex stood for the first time in a cold warehouse on the edge of town. There were crates of vegetables, cartons of milk and tins of soup everywhere. A woman in a red hat shook his hand. “Welcome to the food bank,” she said. “I'm Ineke. Have you ever packed boxes?”

Alex had had the idea in mind for a while. After his first year in the Netherlands he still felt a bit like a guest. He worked, paid taxes and spoke reasonable Dutch, but he knew few people outside work. “Do some volunteering,” his colleague Bas had said. “That's when you really get to know the town.”

The work was simple but hard. The volunteers sorted what supermarkets and companies had donated and packed parcels from it. Each parcel was for a family that had too little money to buy enough food. Ineke explained that not everyone simply gets a parcel: “First we look at the income and fixed costs. Only if there's really too little left can you come to us.”

In the afternoon the clients came to collect their parcels. Alex had expected a quiet, sad afternoon, but it wasn't like that. People talked and laughed. An older man said he had lost his house after a divorce. A young mother came with a pram and thanked everyone twice.

What surprised Alex most was who else worked there as a volunteer: a retired teacher, a medical student, a bus driver, and a woman who had received a parcel herself years earlier. “Back then they helped me,” she said. “Now I help.”

Alex now goes every second Saturday of the month. His Dutch has improved because of it, since only Dutch is spoken in the warehouse, and often in broad dialect too. He now knows the baker who brings bread every week, Ineke's neighbour and half the volunteers by name.

Bas recently asked if it didn't take up too much of his time. Alex thought for a moment. “It costs me one Saturday a month,” he said. “But I get a whole town back for it.”

Found a mistake or something unclear in this lesson? Send me a note →