Aspect en handelingsverloop
How to express ongoing, starting or continuing actions: zitten te lezen, is gaan wonen
C1 · Advanced · ≈ 23 min · setting: Arnhem, Nijmegen
Dutch has no verb form like the English -ing for an action in progress, but it does have ways to show that an action is happening right now (Ik zit te werken, Ik ben aan het koken), starting (Ze gaan verhuizen) or continuing (Hij bleef praten). The trickiest part is the perfect tense: Ik heb een uur zitten wachten — two infinitives at the end and no past participle. Even advanced learners write gezeten te wachten here or mix up hebben and zijn, and a native speaker notices it immediately.
Action in progress
| Construction | Example | Nuance |
|---|---|---|
| zitten te + inf. | Ik zit te werken. | sitting; most common |
| staan te + inf. | Hij staat te koken. | standing |
| liggen te + inf. | Ze ligt te slapen. | lying |
| lopen te + inf. | Hij loopt te zeuren. | constantly, annoyingly |
| aan het + inf. | We zijn aan het verhuizen. | process, no specific posture |
| bezig zijn met | Ik ben bezig met de administratie. | busy with something |
| bezig zijn te + inf. | Ze is bezig het rapport af te ronden. | more formal |
| Construction | Example | Nuance |
|---|---|---|
| zitten te + inf. | Ik zit te werken. | sitting; most common |
| staan te + inf. | Hij staat te koken. | standing |
| liggen te + inf. | Ze ligt te slapen. | lying |
| lopen te + inf. | Hij loopt te zeuren. | constantly, annoyingly |
| aan het + inf. | We zijn aan het verhuizen. | process, no specific posture |
| bezig zijn met | Ik ben bezig met de administratie. | busy with something |
| bezig zijn te + inf. | Ze is bezig het rapport af te ronden. | more formal |
Lopen te often implies annoyance: Hij loopt de hele dag te klagen — “he's complaining all day long”. The posture in zitten/staan/liggen is usually real, but zitten te often simply means “to be busy”.
Perfect tense: double infinitive
| Present | Perfect | Auxiliary |
|---|---|---|
| Ik zit te wachten. | Ik heb zitten wachten. | hebben (like with zitten) |
| Ze ligt te lezen. | Ze heeft liggen lezen. | hebben |
| Hij gaat daar wonen. | Hij is daar gaan wonen. | zijn (like with gaan) |
| We blijven eten. | We zijn blijven eten. | zijn (like with blijven) |
| Ze komt eten. | Ze is komen eten. | zijn |
| Present | Perfect | Auxiliary |
|---|---|---|
| Ik zit te wachten. | Ik heb zitten wachten. | hebben (like with zitten) |
| Ze ligt te lezen. | Ze heeft liggen lezen. | hebben |
| Hij gaat daar wonen. | Hij is daar gaan wonen. | zijn (like with gaan) |
| We blijven eten. | We zijn blijven eten. | zijn (like with blijven) |
| Ze komt eten. | Ze is komen eten. | zijn |
The auxiliary verb is chosen based on the first verb (zitten → hebben, gaan/blijven/komen → zijn), and there is no past participle at all: instead of gezeten, you use the infinitive zitten.
Common mistakes
✕ Not like this
Ik heb een uur gezeten te wachten.
✓ Correct
Ik heb een uur zitten wachten.
I sat waiting for an hour.
Why: Use the infinitive zitten instead of the past participle.
✕ Not like this
Ze hebben in Nijmegen gaan wonen.
✓ Correct
Ze zijn in Nijmegen gaan wonen.
They've moved to Nijmegen.
Why: gaan requires zijn.
✕ Not like this
Hij is blijven te praten.
✓ Correct
Hij is blijven praten.
He stayed on to talk.
Why: After blijven, use the infinitive without te.
Formal and special cases
komen, komen te and others
Onze collega is vorige week onverwacht komen te overlijden.
Our colleague unexpectedly passed away last week.
komen te overlijden — very formal and delicate.
Toen kwam er een man aanlopen.
Then a man came walking up.
komen + infinitive of a verb of movement: kwam aanlopen — “came walking up”.
Blijf je eten?
Will you stay for dinner?
De kinderen lagen al te slapen toen we thuiskwamen.
The children were already asleep when we got back.
Hij heeft de hele avond op de bank liggen tv-kijken.
He spent the whole evening lying on the sofa watching TV.
Constructions
zitten te + inf.
to be sitting and doing something; to be busy
aan het + inf. zijn
to be in the process of
bezig zijn met
to be doing something
gaan + inf.
to be going to; to go and (do)
blijven + inf.
to continue; to remain (doing something)
komen te overlijden
to pass awayformeel
lopen te zeuren
to complain all the timespreektaal
de dubbele infinitief
double infinitive
| zitten te + inf. | to be sitting and doing something; to be busy |
| aan het + inf. zijn | to be in the process of |
| bezig zijn met | to be doing something |
| gaan + inf. | to be going to; to go and (do) |
| blijven + inf. | to continue; to remain (doing something) |
| komen te overlijden | to pass awayformeel |
| lopen te zeuren | to complain all the timespreektaal |
| de dubbele infinitief | double infinitive |
1. Perfect tense
Kies de juiste voltooide vorm.
Choose the correct perfect tense form.
- 1Ik heb een uur bij de huisarts.
I waited at the doctor's for an hour.
- 2Ze vorig jaar in Nijmegen gaan wonen.
Last year they moved to Nijmegen.
- 3Hij is na de vergadering nog even .
After the meeting, he stayed a bit longer to talk.
- 4De kinderen hebben de hele middag buiten .
The children played outside all afternoon.
- 5Mijn ouders gisteren bij ons komen eten.
My parents came to our place for dinner yesterday.
- 6Ze heeft de hele avond op de bank .
She lay on the sofa with a book all evening.
Found a mistake or something unclear in this lesson? Send me a note →