Scheidbare werkwoorden: het voorvoegsel gaat naar achteren
Separable verbs: opbellen, meenemen, afspreken
A1 · Beginner · ≈ 25 min · setting: Haarlem, Amsterdam
Dutch speakers rarely say telefoneren — they say opbellen. They rarely say arriveren — they say aankomen. These verbs consist of a prefix and a verb, and in a simple sentence, the prefix moves to the very end. Mastering this will immediately make you sound more natural.
Ik bel je morgen op.
I will call you tomorrow.
1Ik2. Werkwoordbel3. Restje morgen4. Voorvoegselop.Zij neemt haar paspoort mee.
She takes her passport with her.
1Zij2. Werkwoordneemt3. Resthaar paspoort4. Voorvoegselmee.We spreken vrijdag om acht uur af.
We're arranging to meet on Friday at eight.
1We2. Werkwoordspreken3. Restvrijdag om acht uur4. Voorvoegselaf.De winkel gaat om half negen open.
The shop opens at half past eight.
1De winkel2. Werkwoordgaat3. Restom half negen4. Voorvoegselopen.
I will call you tomorrow.
She takes her passport with her.
We're arranging to meet on Friday at eight.
The shop opens at half past eight.
1. Most essential verbs
| Werkwoord | Translation | Zo klinkt het |
|---|---|---|
| opbellen | to call | Ik bel je vanavond op. |
| terugbellen | to call back | Ik bel je zo terug. |
| meenemen | to take along | Neem je ID mee! |
| afspreken | to arrange a meeting | Zullen we iets afspreken? |
| langskomen | to drop by, to visit | Kom gerust even langs. |
| invullen | to fill in (a form) | Vul dit formulier even in. |
| opsturen | to send off | Ik stuur de brief morgen op. |
| uitleggen | to explain | Legt u dat nog een keer uit? |
| opstaan | to get up | Ik sta elke dag om zes uur op. |
| meegaan | to go along | Ga je mee naar de markt? |
| aankomen | to arrive | De trein komt om tien over acht aan. |
| opruimen | to clean up | Ik ruim eerst de keuken op. |
| afwassen | to do the dishes | Was jij vanavond af? |
| dichtdoen | to close | Doe de deur even dicht. |
| opengaan | to open | De markt gaat om acht uur open. |
| uitgaan | to go out | We gaan zaterdag in Amsterdam uit. |
| Werkwoord | Translation | Zo klinkt het |
|---|---|---|
| opbellen | to call | Ik bel je vanavond op. |
| terugbellen | to call back | Ik bel je zo terug. |
| meenemen | to take along | Neem je ID mee! |
| afspreken | to arrange a meeting | Zullen we iets afspreken? |
| langskomen | to drop by, to visit | Kom gerust even langs. |
| invullen | to fill in (a form) | Vul dit formulier even in. |
| opsturen | to send off | Ik stuur de brief morgen op. |
| uitleggen | to explain | Legt u dat nog een keer uit? |
| opstaan | to get up | Ik sta elke dag om zes uur op. |
| meegaan | to go along | Ga je mee naar de markt? |
| aankomen | to arrive | De trein komt om tien over acht aan. |
| opruimen | to clean up | Ik ruim eerst de keuken op. |
| afwassen | to do the dishes | Was jij vanavond af? |
| dichtdoen | to close | Doe de deur even dicht. |
| opengaan | to open | De markt gaat om acht uur open. |
| uitgaan | to go out | We gaan zaterdag in Amsterdam uit. |
2. When the prefix stays in place
| Situation | Voorbeeld | Comment |
|---|---|---|
| After a modal verb | Ik moet je morgen opbellen. | full infinitive at the end |
| With te | Ik probeer hem vanavond op te bellen. | te goes inside: op te bellen |
| In a subordinate clause | …omdat ik je morgen opbel. | at the end, as one word |
| Situation | Voorbeeld | Comment |
|---|---|---|
| After a modal verb | Ik moet je morgen opbellen. | full infinitive at the end |
| With te | Ik probeer hem vanavond op te bellen. | te goes inside: op te bellen |
| In a subordinate clause | …omdat ik je morgen opbel. | at the end, as one word |
The construction op te bellen looks strange, but that's how it is: te always goes between the prefix and the verb.
Compare
Ik bel je morgen op.
I will call you tomorrow.
Simple sentence — prefix at the end.
Ik moet je morgen opbellen.
I need to call you tomorrow.
After a modal verb — combined, at the end.
Ik ben van plan je morgen op te bellen.
I am going to call you tomorrow.
With te — three words: op te bellen.
Ze zegt dat ze morgen langskomt.
She says that she will drop by tomorrow.
In a subordinate clause — combined at the end.
3. Negation and questions
Ik bel je vandaag niet op.
I will not call you today.
niet comes before the prefix.
Bel je me vanavond op?
Will you call me tonight?
Question: verb first, prefix at the end.
Hoe laat gaat de winkel open?
What time does the shop open?
Neem je paspoort mee!
Take your passport with you!
Imperative: verb first, prefix at the end.
Dialoog — Een afspraak verzetten
Rescheduling a meeting with a colleague from Amsterdam.
- Sanne
Hoi Alex, kom je donderdag nog langs op kantoor?
Hi Alex, are you still coming into the office on Thursday?
- Alex
Ik wilde je net opbellen — donderdag red ik het niet. Zullen we het verzetten?
I was just about to call — I won't make it on Thursday. Shall we reschedule?
iets verzetten — “to reschedule a meeting”, a very common phrase.
- Sanne
Geen probleem. Spreken we vrijdag om tien uur af?
No problem. Shall we make it Friday, ten o'clock?
- Alex
Prima. Neem ik de documenten dan mee?
Great. Should I bring the documents with me?
- Sanne
Graag. En vul je van tevoren dat formulier even in?
Yes, please. And will you fill in that form beforehand?
van tevoren — “beforehand”.
- Alex
Doe ik. Ik stuur het vanavond alvast op per mail.
I will. I'll send it by email tonight already.
Doe ik — a short “I will”, a very Dutch reply. alvast — “in advance, already”.
- Sanne
Top, tot vrijdag!
Great, see you Friday!
4. Veelgemaakte fouten
✕ Not like this
Ik opbel je morgen.
✓ Correct
Ik bel je morgen op.
I'll call you tomorrow.
Why: In a simple sentence, the prefix moves to the end.
✕ Not like this
Ik moet je morgen bellen op.
✓ Correct
Ik moet je morgen opbellen.
I have to call you tomorrow.
Why: After moet the verb stands at the end in one piece: opbellen.
✕ Not like this
Ik probeer hem op te bellen morgen.
✓ Correct
Ik probeer hem morgen op te bellen.
I'll try to call him tomorrow.
Why: The construction op te bellen comes at the very end.
✕ Not like this
Neem mee je paspoort!
✓ Correct
Neem je paspoort mee!
Take your passport with you!
Why: mee goes to the very end, after what you're taking: je paspoort mee.
✕ Not like this
Ik bel niet op je vandaag.
✓ Correct
Ik bel je vandaag niet op.
I won't call you today.
Why: The order is: who (je) — when (vandaag) — niet — op at the very end.
✕ Not like this
Hoe laat opengaat de winkel?
✓ Correct
Hoe laat gaat de winkel open?
What time does the shop open?
Why: In a question, the verb is in the second position, the prefix at the end.
Woordenlijst
verzetten
to reschedule (a meeting)
Kunnen we de afspraak verzetten?
van tevoren
in advance
Vul het formulier van tevoren in.
alvast
in advance, already nowspreektaal
Ik stuur het alvast op.
het red ik niet
I won't make itspreektaal
Donderdag red ik het niet.
Doe ik
I'll do itspreektaal
Doe ik, geen probleem.
gerust
feel free to, don't hesitatespreektaal
Kom gerust even langs.
| verzetten | to reschedule (a meeting) Kunnen we de afspraak verzetten? |
| van tevoren | in advance Vul het formulier van tevoren in. |
| alvast | in advance, already nowspreektaal Ik stuur het alvast op. |
| het red ik niet | I won't make itspreektaal Donderdag red ik het niet. |
| Doe ik | I'll do itspreektaal Doe ik, geen probleem. |
| gerust | feel free to, don't hesitatespreektaal Kom gerust even langs. |
Oefening 1
Maak een correcte zin. Het voorvoegsel gaat naar het einde.
Construct the sentence. The prefix moves to the end.
- 1Klik de woorden hieronder aan…
I will call you tomorrow.
- 2Klik de woorden hieronder aan…
She takes her passport with her.
- 3Klik de woorden hieronder aan…
The market opens at eight.
- 4Klik de woorden hieronder aan…
We're arranging to meet on Friday at eight.
- 5Klik de woorden hieronder aan…
Please fill in this form.
- 6Klik de woorden hieronder aan…
I get up at six every day.
Found a mistake or something unclear in this lesson? Send me a note →