Натисніть на виділене слово — з'явиться переклад.
Het is . Op vrijdagavond kijkt Nora naar de : zaterdag wordt het met , en het hard. Het wordt maar twaalf .
'Zondag blijft het , met veel ,' zegt de weerman. 'De naar zestien graden.'
Zaterdag het de hele dag. Mila wil naar buiten, maar het is te nat. Ze blijven thuis en bakken een taart.
Op zondag . Het is voor oktober. Ze fietsen naar het park. 'Zie je,' zegt Alex, ' met dat weer!'