Koningsdag
- Personages:
- Alex, Nora, Mila, buurman Visser
Op 27 april is het Koningsdag. Dan viert heel Nederland de verjaardag van de koning. Alex, Nora en Mila wisten dat het een groot feest was, maar ze wisten niet hoe groot.
Al om zeven uur ’s ochtends liepen er mensen in oranje kleren door de straat. Overal lagen kleedjes op de stoep. „Dat is de vrijmarkt,” legde buurman Visser uit. „Vandaag mag iedereen op straat spullen verkopen.”
Mila wilde meteen meedoen. Ze zocht oud speelgoed en boeken bij elkaar en legde alles op een deken voor de deur. Ze schreef prijzen op kleine briefjes: vijftig cent, één euro, twee euro. Binnen een uur had ze al zes euro verdiend.
’s Middags fietsten ze naar het centrum. Daar was het heel druk. Op elk plein stond een podium met muziek, en overal verkochten mensen oranje gebak, poffertjes en drankjes. Alex kocht een oranje hoed. „Nu ben ik een echte Nederlander,” zei hij.
Nora vond het een beetje te druk, maar Mila genoot. Ze danste mee met de muziek en at drie bakjes poffertjes. Een oude man gaf haar een klein oranje vlaggetje.
’s Avonds telden ze het geld van de vrijmarkt: twaalf euro vijftig. „Wat ga je ermee doen?” vroeg Nora. Mila dacht na. „Volgend jaar koop ik er oranje kleren van,” zei ze. „Dan hoor ik er echt bij.”