NLnl-learn

Literair fragment

Literary excerpt: the key that fits nothing

C1 · Advanced · ≈ 27 min

In a literary text, the main point is often between the lines. A father who fixes bicycles and doesn't answer questions; a key that has hung on a nail for thirty-five years; a phrase repeated twice by different people. None of this is explained directly — and all of it tells a story. Read the excerpt slowly, then check what you noticed in the subtext.

Van de schuur

Soort tekst:
Verhaal (fragment)
Verteller:
ik-persoon, terugblikkend

Mijn vader repareerde fietsen zoals andere mannen bidden: zwijgend, met gebogen hoofd, en altijd op zondag. De schuur achter ons rijtjeshuis rook naar olie en natte jassen. Als kind zat ik op een omgekeerde krat en gaf hem de sleutels aan, in de volgorde die hij met een knik van zijn kin aanwees. Woorden waren niet nodig. Die gebruikte hij doordeweeks al genoeg, in het distributiecentrum waar hij dozen scande die hij nooit openmaakte.

Aan de spijker boven de werkbank hing, tussen de bandenlichters en een kalender van een garage die al jaren failliet was, een sleutel die nergens op paste. Hij was groter dan onze voordeursleutel, zwaar, met een ijzeren baard die wat was gaan roesten. 'Van de schuur,' zei mijn vader toen ik ernaar vroeg. Welke schuur, vroeg ik niet. Ik was negen, en ik wist al dat sommige vragen in ons huis geen antwoord hadden, alleen een stilte die langer duurde dan de vraag.

Toen ik zestien was, leerde hij mijn nichtje fietsen, op het pleintje bij de flats. Hij liep naast haar, zijn hand onder het zadel, en ik hoorde hem iets zeggen in de taal die hij thuis nooit sprak. Een zinnetje maar, zacht, alsof hij het tegen het fietsje zei. Mijn nichtje begreep het niet en fietste gewoon door. Mijn vader liet het zadel los. Hij bleef nog even staan, midden op het plein, met zijn hand in de lucht, alsof hij iets had losgelaten dat groter was dan een meisje op een roze fiets.

Hij stierf in maart, zonder drama, zoals hij ook had geleefd. Bij het opruimen van de schuur vond ik de sleutel terug. De spijker was gebleven; de kalender was verdwenen. Ik woog de sleutel in mijn hand en besefte dat ik niet eens wist van welke deur hij was, in welke straat, in welk dorp. Ik wist alleen dat mijn vader hem vijfendertig jaar lang elke zondag had zien hangen.

Mijn moeder keek er even naar en zei: 'Die kon hij nooit weggooien.' Meer zei ze niet. Ik stopte hem in mijn jaszak, waar hij de hele weg naar huis tegen mijn heup tikte, als iemand die aanklopt.

Hij hangt nu in mijn eigen schuur, aan een nieuwe spijker. Mijn zoon vroeg laatst waar hij van was. 'Van de schuur,' zei ik. Hij keek me aan, wachtte even, en vroeg toen niets meer.

Woorden bij de tekst

  • zwijgend — silently
  • de krat — crate (for bottles)
  • doordeweeks — on weekdays
  • de bandenlichter — tyre lever
  • de baard (van een sleutel) — bit of a key
  • het nichtje — niece, (female) cousin
  • het zadel — saddle
  • beseffen — to realise
  • tikken — to tap
  • aankloppen — to knock (on the door)

Techniques and their effect

How the text speaks without naming
TechniqueExampleEffect
comparisonzoals andere mannen biddenrepairing is almost a ritual, a way to be silent
symbolthe key that fits nothinga home that is no longer there
gesture instead of wordsa hand raised in the airletting go of more than just the girl
unanswered questionWelke schuur, vroeg ik niet.there is a taboo subject in the family
understatementzonder drama, zoals hij ook had geleefdrestrained pain
personification of an objectals iemand die aankloptthe past begs to be heard
repetition and cycle'Van de schuur' — first the father, then the narratorsilence is passed down to the next generation

Words from the text

  • zwijgend

    silently

  • met gebogen hoofd

    with bowed head

  • doordeweeks

    on weekdays

  • de spijkerpl. spijkers

    nail

  • passen op

    to fit (of a key)

  • roesten

    to rust

  • loslaten

    to let go

  • beseffen

    to realise

  • achterlaten

    to leave (behind)

  • aankloppen

    to knock

  • de ondertekst

    subtext

  • staan voor

    to stand for, to symbolise

  • de verteller

    narrator

  • terugblikken

    to look back

Found a mistake or something unclear in this lesson? Send me a note →