Er: plaats, aanwezigheid, aantal en voorzetsel
Слово er: четыре функции
A2 · Элементарный · ≈ 28 мин · контекст: Velp, Arnhem
Er — самое нидерландское слово и самая частая жалоба учащихся: его нет в русском, а звучит оно в каждом втором предложении. На самом деле у er всего четыре функции, и каждая узнаётся по контексту. Разберём их по очереди.
1. Наличие: er is / er zijn
Это функция с уровня A1: er вводит что-то новое, о чём собеседник ещё не знает. После него почти всегда стоит een, число или geen.
Er is een nieuwe bakker op de Hoofdstraat.
На Хоофдстраат открылась новая булочная.
Er zijn vanavond geen bussen na twaalf uur.
Сегодня после двенадцати автобусов не будет.
In Velp is er elke maandag markt.
В Велпе каждый понедельник рынок.
После обстоятельства er уезжает за глагол.
2. Место: er вместо «там»
Когда место уже названо, повторять его не нужно — вместо него ставят er. Это соответствует русскому «там», которое в разговоре часто вообще выпадает.
— Ken je Arnhem? — Ja, ik werk er.
— Знаешь Арнем? — Да, я там работаю.
We wonen in Velp en we wonen er met plezier.
Мы живём в Велпе и живём здесь с удовольствием.
— Ben je al bij die nieuwe kaaswinkel geweest? — Nee, ik ben er nog nooit geweest.
— Ты уже был в новой сырной лавке? — Нет, никогда там не был.
3. Количество: er + число
— Hoeveel fietsen hebben jullie? — We hebben er vier.
— Сколько у вас велосипедов? — Четыре.
— Zijn er nog kaartjes? — Ja, er zijn er nog drie.
— Билеты ещё есть? — Да, ещё три.
Здесь два er подряд: первое — наличие, второе — количество. Так и говорят.
— Wil je een broodje? — Ik heb er al één gehad, dank je.
— Хочешь булочку? — Я уже одну съел, спасибо.
4. er + предлог
Нидерландский не говорит «о нём», «с этим», «на это» о предметах. Вместо предлог + het/dat используется слитная форма er + предлог: over het → erover, met het → ermee, aan het → eraan.
denken aan
Met er
eraan
Voorbeeld
Ik denk er vaak aan.
praten over
Met er
erover
Voorbeeld
We hebben er gisteren over gepraat.
kijken naar
Met er
ernaar
Voorbeeld
Ik kijk er morgen naar.
wachten op
Met er
erop
Voorbeeld
Ik wacht er al een week op.
zin hebben in
Met er
erin
Voorbeeld
Heb je er zin in?
blij zijn met
Met er
ermee
Voorbeeld
Ik ben er heel blij mee.
klaar zijn met
Met er
ermee
Voorbeeld
Ben je er klaar mee?
| Werkwoord + voorzetsel | Met er | Voorbeeld |
|---|---|---|
| denken aan | eraan | Ik denk er vaak aan. |
| praten over | erover | We hebben er gisteren over gepraat. |
| kijken naar | ernaar | Ik kijk er morgen naar. |
| wachten op | erop | Ik wacht er al een week op. |
| zin hebben in | erin | Heb je er zin in? |
| blij zijn met | ermee | Ik ben er heel blij mee. |
| klaar zijn met | ermee | Ben je er klaar mee? |
Обратите внимание: met превращается в mee, а tot — в toe. Остальные предлоги не меняются.
Dialoog — Over de nieuwe buren
Короткий разговор у почтовых ящиков.
- Marjolein
Heb je de nieuwe buren al gezien?
Ты уже видел новых соседей?
- Alex
Nog niet. Er was gisteren wel een verhuiswagen.
Ещё нет. Вчера был грузовик для переезда.
Наличие → er was.
- Marjolein
Ze hebben kinderen, geloof ik. Twee, denk ik.
У них, кажется, дети. Кажется, двое.
- Alex
Twee? Ik dacht dat ze er drie hadden.
Двое? Я думал, у них трое.
Количество → er drie.
- Marjolein
Kan best. We vragen het gewoon. Heb je er zin in om samen even langs te gaan?
Вполне может быть. Просто спросим. Хочешь вместе зайти?
zin hebben in → er … in.
- Alex
Ja hoor. Ik heb er trouwens al bloemen voor gekocht.
Да, конечно. Кстати, я уже купил для них цветы.
- Marjolein
Wat lief! Dan gaan we er vanavond naartoe.
Как мило! Тогда сходим туда вечером.
Место + направление → ernaartoe.
5. Veelgemaakte fouten
✕Ik heb twee. (в ответ на вопрос «сколько?»)
✓Ik heb er twee.
Количество без существительного требует er.
✕Ik denk vaak aan het.
✓Ik denk er vaak aan.
О предмете — er + предлог, а не aan het.
✕We hebben over het gepraat.
✓We hebben erover gepraat.
over het → erover.
✕Ik ben blij met het.
✓Ik ben er blij mee.
met + er даёт mee.
✕Is een supermarkt in de buurt?
✓Is er een supermarkt in de buurt?
Наличие требует er.
✕Ik woon in Velp en ik woon met plezier.
✓Ik woon in Velp en ik woon er met plezier.
Место заменяется на er, а не опускается.
Woordenlijst
de verhuiswagenмн. verhuiswagens
грузовик для переезда
Er stond een verhuiswagen voor de deur.
kan best
вполне возможноspreektaal
Kan best, ik weet het niet zeker.
langsgaan bij
зайти к кому-то
Zullen we even bij ze langsgaan?
ernaartoe
туда
We gaan er vanavond naartoe.
klaar zijn met
закончить с чем-то
Ben je er klaar mee?
wachten op
ждать чего-то
Ik wacht er al een week op.
| de verhuiswagenмн. verhuiswagens | грузовик для переезда Er stond een verhuiswagen voor de deur. |
| kan best | вполне возможноspreektaal Kan best, ik weet het niet zeker. |
| langsgaan bij | зайти к кому-то Zullen we even bij ze langsgaan? |
| ernaartoe | туда We gaan er vanavond naartoe. |
| klaar zijn met | закончить с чем-то Ben je er klaar mee? |
| wachten op | ждать чего-то Ik wacht er al een week op. |
Oefening 1
Vul er in als dat nodig is. Schrijf een streepje (-) als er niet nodig is.
Впишите er, если оно нужно. Поставьте дефис (-), если не нужно.
- 1— Hoeveel kinderen heb je? — Ik heb twee.
— Сколько у тебя детей? — Двое.
- 2is een nieuwe bakker op de Hoofdstraat.
На Хоофдстраат новая булочная.
- 3Ik werk in Arnhem en ik werk al drie jaar.
Я работаю в Арнеме и работаю там уже три года.
- 4Mijn dochter heeft twee fietsen in de schuur staan. Ze gebruikt maar één.
У дочери в сарае два велосипеда. Она пользуется только одним.
- 5De trein naar Nijmegen vertrekt om acht uur van spoor 5. Ik ga met de fiets naartoe.
Поезд на Неймеген в восемь с пятого пути. Я поеду туда на велосипеде.
- 6Ik heb twee broers en één zus.
У меня два брата и одна сестра.
Нашли ошибку или неточность в этом уроке? Напишите мне →