'Laag water': een huis dat langzaam onderloopt
- Soort tekst:
- Fictieve recensie
- Waardering:
- ★★★☆☆
Drie broers en zussen, één huis, één weekend om het leeg te ruimen. Het uitgangspunt van 'Laag water', de nieuwe voorstelling van gezelschap De Overkant, is niet bepaald origineel. Toch weet de regie er in het eerste uur iets bijzonders van te maken.
Het decor is even eenvoudig als doeltreffend: een kale woonkamer in een huis aan de dijk, die langzaam onder water loopt. Wat begint als een plasje bij de achterdeur, staat aan het eind tot de enkels van de spelers. Een beeld dat blijft hangen, en dat zonder één woord uitlegt waar dit stuk over gaat: herinneringen houd je niet tegen met zandzakken.
Vooral de vertolking van de oudste zus is indrukwekkend. Waar haar broer en zus hun verdriet uitschreeuwen, houdt zij zich in: ze vouwt truien, telt borden, zegt weinig. Juist daardoor voel je hoeveel ze verbergt. Wanneer ze in de laatste scène met één hand over het behang strijkt, is het doodstil in de zaal.
Jammer genoeg komt de tekst in het tweede deel niet uit de verf. De ruzie over de erfenis voelt voorspelbaar, en de onthulling van een familiegeheim — die ik hier niet zal verklappen — komt te laat om nog echt te schokken. De dialogen worden uitleggerig, alsof de schrijver het publiek niet vertrouwt.
Ook de jongste broer, neergezet als een schreeuwerige puber van veertig, is eerder een type dan een mens. Dat ligt niet aan de acteur, die zich er met veel overgave in stort, maar aan een personage dat nergens nuance krijgt.
Is 'Laag water' daarmee een tegenvaller? Allerminst. Het eerste uur behoort tot het beste wat ik dit seizoen zag, en het decor alleen al is de reis naar de schouwburg waard. Maar wie hoopt op een voorstelling die van begin tot eind overtuigt, komt bedrogen uit. Drie sterren — met een vierde voor de oudste zus.