Het water dat niet kwam
- Personages:
- Alex, Nora, Mila, buurman Visser
Het regende al dagen toen op een dinsdagavond het bericht op het nieuws kwam: in Duitsland was zoveel regen gevallen dat de Rijn de komende dagen fors zou stijgen. Bij Lobith, waar de rivier Nederland binnenkomt, werd een waterstand verwacht die in twintig jaar niet was voorgekomen. Alex keek naar de kaart op het scherm en zag dat hun dorp maar een paar kilometer van de dijk lag.
„Moeten we weg?” vroeg Mila. Niemand wist het antwoord. Alex zocht op internet en vond binnen een paar minuten meer informatie dan hij kon verwerken: waterstanden, kaarten van overstromingsgebieden, adviezen van het waterschap. Op één kaart was hun straat lichtblauw gekleurd. Volgens de legenda betekende dat: bij een dijkdoorbraak tot een meter water.
Die nacht sliep hij slecht. De volgende ochtend stond hij al vroeg bij buurman Visser op de stoep, die zijn hele leven aan de rivier had gewoond. Visser zat rustig aan zijn ontbijt. „Het waterschap houdt de dijken dag en nacht in de gaten,” zei hij. „Er lopen nu dijkwachten die elke meter controleren op zwakke plekken. En weet je wat het verschil is met vroeger? De rivier heeft nu ruimte.”
Hij legde uit dat er na het hoge water van 1993 en 1995 een groot programma was gestart: Ruimte voor de Rivier. In plaats van de dijken steeds hoger te maken, had men op tientallen plekken de rivier meer ruimte gegeven. Uiterwaarden waren afgegraven, dijken landinwaarts verlegd en er waren nevengeulen aangelegd. „Bij hoog water mag de rivier daar gewoon buiten haar oevers treden,” zei Visser. „Dan hoeft al dat water niet hier langs te persen.” In 1995 waren ongeveer 250.000 mensen geëvacueerd. Visser was een van hen geweest.
Toch besloten Alex en Nora voorbereid te zijn. Ze keken op de website van de overheid wat je bij een dreigende overstroming moet doen, legden een tas klaar met papieren, medicijnen en opladers, en spraken af waar ze elkaar zouden ontmoeten als het telefoonnet uitviel. Mila vond het vooral spannend en pakte haar eigen tas, met daarin vooral knuffels.
Op vrijdag bereikte de Rijn zijn hoogste punt. Alex fietste met Mila naar de dijk. Het was een vreemd gezicht: waar normaal koeien graasden, stroomde nu een brede, bruine rivier, en bomen stonden tot halverwege hun stam in het water. Op de dijk stonden tientallen mensen te kijken en te fotograferen. Een dijkwacht in een oranje hesje vertelde dat het water ruim een meter onder de kruin van de dijk was gebleven.
Een week later was het water gezakt en lag de rivier weer rustig in haar bedding. In de krant stond dat het systeem precies had gewerkt zoals het bedoeld was. Alex dacht terug aan zijn slapeloze nacht en vertelde Visser hoe bang hij was geweest. Visser knikte begrijpend. „Wij leven hier al duizend jaar met water,” zei hij. „Je went eraan. Zolang je het maar nooit onderschat.”