Het voltooid deelwoord: ge- + stam + t of d
Причастие прошедшего времени: gewerkt, gefietst, gezien
A1 · Начальный · ≈ 22 мин · контекст: Velp, Arnhem
Прошедшее время в разговорной речи почти всегда строится так: hebben/zijn + причастие. Сначала научимся делать само причастие — gewerkt, gefietst, gezien — а в следующем уроке разберём, когда брать hebben, а когда zijn.
1. Правило t kofschip
Если основа заканчивается на один из согласных в слове t kofschip — t, k, f, s, ch, p — ставим -t. Во всех остальных случаях -d. Мнемоника рабочая: букв ровно столько, сколько нужно.
werken
Stam
werk
Последний звук
k → t kofschip
Voltooid deelwoord
gewerkt
fietsen
Stam
fiets
Последний звук
s → t kofschip
Voltooid deelwoord
gefietst
koken
Stam
kook
Последний звук
k → t kofschip
Voltooid deelwoord
gekookt
praten
Stam
praat
Последний звук
t → t kofschip
Voltooid deelwoord
gepraat
horen
Stam
hoor
Последний звук
r — нет в списке
Voltooid deelwoord
gehoord
bellen
Stam
bel
Последний звук
l — нет в списке
Voltooid deelwoord
gebeld
studeren
Stam
studeer
Последний звук
r — нет в списке
Voltooid deelwoord
gestudeerd
wonen
Stam
woon
Последний звук
n — нет в списке
Voltooid deelwoord
gewoond
| Infinitief | Stam | Последний звук | Voltooid deelwoord |
|---|---|---|---|
| werken | werk | k → t kofschip | gewerkt |
| fietsen | fiets | s → t kofschip | gefietst |
| koken | kook | k → t kofschip | gekookt |
| praten | praat | t → t kofschip | gepraat |
| horen | hoor | r — нет в списке | gehoord |
| bellen | bel | l — нет в списке | gebeld |
| studeren | studeer | r — нет в списке | gestudeerd |
| wonen | woon | n — нет в списке | gewoond |
Важно смотреть на основу, а не на инфинитив: reizen → reis → gereisd — основа кончается на s, но исходный звук z звонкий, поэтому пишем -d. Такие глаголы (v/z в инфинитиве) всегда получают -d.
2. Глаголы без ge-
Приставка ge- не добавляется, если глагол уже начинается с безударной приставки be-, ver-, ont-, her-, ge-, er-.
betalen
Voltooid deelwoord
betaald
Перевод
заплатил
bestellen
Voltooid deelwoord
besteld
Перевод
заказал
beginnen
Voltooid deelwoord
begonnen
Перевод
начал
verhuizen
Voltooid deelwoord
verhuisd
Перевод
переехал
vertellen
Voltooid deelwoord
verteld
Перевод
рассказал
vergeten
Voltooid deelwoord
vergeten
Перевод
забыл
ontmoeten
Voltooid deelwoord
ontmoet
Перевод
встретил
herhalen
Voltooid deelwoord
herhaald
Перевод
повторил
gebeuren
Voltooid deelwoord
gebeurd
Перевод
произошло
| Infinitief | Voltooid deelwoord | Перевод |
|---|---|---|
| betalen | betaald | заплатил |
| bestellen | besteld | заказал |
| beginnen | begonnen | начал |
| verhuizen | verhuisd | переехал |
| vertellen | verteld | рассказал |
| vergeten | vergeten | забыл |
| ontmoeten | ontmoet | встретил |
| herhalen | herhaald | повторил |
| gebeuren | gebeurd | произошло |
3. Отделяемые глаголы: ge- внутрь
opbellen → Ik heb je gisteren opgebeld.
Я вчера тебе звонил.
ge- встаёт между приставкой и глаголом.
meenemen → Heb je je paspoort meegenomen?
Ты взял паспорт?
invullen → Ik heb het formulier al ingevuld.
Я уже заполнил бланк.
opstaan → We zijn vroeg opgestaan.
Мы рано встали.
4. Неправильные глаголы — учить наизусть
zijn
geweest
gaan
gegaan
hebben
gehad
komen
gekomen
doen
gedaan
zien
gezien
eten
gegeten
drinken
gedronken
lezen
gelezen
schrijven
geschreven
spreken
gesproken
nemen
genomen
krijgen
gekregen
geven
gegeven
blijven
gebleven
vinden
gevonden
weten
geweten
kopen
gekocht
brengen
gebracht
zoeken
gezocht
| Infinitief | Deelwoord | Infinitief | Deelwoord |
|---|---|---|---|
| zijn | geweest | gaan | gegaan |
| hebben | gehad | komen | gekomen |
| doen | gedaan | zien | gezien |
| eten | gegeten | drinken | gedronken |
| lezen | gelezen | schrijven | geschreven |
| spreken | gesproken | nemen | genomen |
| krijgen | gekregen | geven | gegeven |
| blijven | gebleven | vinden | gevonden |
| weten | geweten | kopen | gekocht |
| brengen | gebracht | zoeken | gezocht |
Проще всего учить их прямо во фразах: Ik heb koffie gedronken. Ik ben er nog nooit geweest.
Dialoog — Hoe was je weekend?
Понедельник, разговор у кофемашины.
- Sanne
Goedemorgen! Fijn weekend gehad?
Доброе утро! Хорошо провёл выходные?
Стандартный вопрос в понедельник.
- Alex
Ja hoor. We hebben zaterdag naar de Posbank gefietst.
Да. В субботу мы съездили на велосипедах на Посбанк.
- Sanne
Mooi! Ik heb vooral gewerkt in de tuin en veel koffie gedronken.
Отлично! А я в основном возилась в саду и пила кофе.
- Alex
En zondag hebben we de buren ontmoet — die zijn net verhuisd.
А в воскресенье мы познакомились с соседями — они недавно переехали.
ontmoet и verhuisd — без ge-, потому что ont- и ver-.
- Sanne
Leuk. Heb je die mail van gisteren trouwens gelezen?
Здорово. Кстати, ты прочитал вчерашнее письмо?
- Alex
Nog niet, ik heb hem net gekregen. Ik reageer vanmiddag.
Ещё нет, только что получил. Отвечу после обеда.
5. Veelgemaakte fouten
✕gewerked
✓gewerkt
Основа werk кончается на k — буква из t kofschip, значит -t.
✕gehoort
✓gehoord
Основа hoor кончается на r, которой нет в t kofschip.
✕gepraatt
✓gepraat
Двойное tt не пишется.
✕gebetaald
✓betaald
После приставки be- ge- не добавляется.
✕geopbeld
✓opgebeld
У отделяемых глаголов ge- встаёт внутрь.
✕Ik heb gezien de film.
✓Ik heb de film gezien.
Причастие всегда в конце.
Woordenlijst
reageren
ответить, отреагировать
Ik reageer vanmiddag op de mail.
de tuinмн. tuinen
сад, участок
Ik heb in de tuin gewerkt.
verhuizen
переезжать
Ze zijn net verhuisd.
ontmoeten
познакомиться, встретить
We hebben de buren ontmoet.
vooral
в основном
Ik heb vooral gewerkt.
de Posbank
холм в парке Велювезом под Реденом
We hebben naar de Posbank gefietst.
| reageren | ответить, отреагировать Ik reageer vanmiddag op de mail. |
| de tuinмн. tuinen | сад, участок Ik heb in de tuin gewerkt. |
| verhuizen | переезжать Ze zijn net verhuisd. |
| ontmoeten | познакомиться, встретить We hebben de buren ontmoet. |
| vooral | в основном Ik heb vooral gewerkt. |
| de Posbank | холм в парке Велювезом под Реденом We hebben naar de Posbank gefietst. |
Oefening 1
Schrijf het voltooid deelwoord.
Напишите причастие прошедшего времени.
- 1werken →
работать — работал
- 2horen →
слышать — слышал
- 3fietsen →
ездить на велосипеде
- 4bellen →
звонить — звонил
- 5praten →
разговаривать — разговаривал
- 6betalen →
платить — заплатил
- 7opbellen →
позвонить — позвонил
- 8verhuizen →
переезжать — переехал
Нашли ошибку или неточность в этом уроке? Напишите мне →