De werkwoorden zijn en hebben
Два главных глагола: zijn и hebben
A1 · Начальный · ≈ 22 мин · контекст: Velp, Arnhem, Rheden
zijn — быть и hebben — иметь — самые частые глаголы языка. Оба неправильные, оба нужны с первого дня, и оба потом станут вспомогательными для прошедшего времени. Главная сложность не в формах, а в том, что нидерландцы делят их не так, как русский: возраст — с zijn, а холод — с hebben.
1. Het werkwoord zijn
ik
Vorm
ben
Voorbeeld
Ik ben Alex.
jij / je
Vorm
bent
Voorbeeld
Jij bent vroeg vandaag.
u
Vorm
bent
Voorbeeld
Bent u meneer De Vries?
hij / zij / het
Vorm
is
Voorbeeld
Zij is verpleegkundige in Rijnstate.
wij / we
Vorm
zijn
Voorbeeld
We zijn net verhuisd naar Velp.
jullie
Vorm
zijn
Voorbeeld
Zijn jullie klaar?
zij (мн.)
Vorm
zijn
Voorbeeld
Mijn ouders zijn op vakantie.
| Persoon | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik | ben | Ik ben Alex. |
| jij / je | bent | Jij bent vroeg vandaag. |
| u | bent | Bent u meneer De Vries? |
| hij / zij / het | is | Zij is verpleegkundige in Rijnstate. |
| wij / we | zijn | We zijn net verhuisd naar Velp. |
| jullie | zijn | Zijn jullie klaar? |
| zij (мн.) | zijn | Mijn ouders zijn op vakantie. |
После инверсии: jij bent → ben jij? (u bent → bent u? — здесь -t остаётся).
- Имя и статус: Ik ben Alex. Ik ben hier nieuw, maar ik woon nu in Velp.
- Профессия: Mijn buurman is monteur bij een garage in Arnhem-Zuid.
- Состояние и настроение: Ik ben moe. We zijn blij met het huis.
- Возраст — в нидерландском именно zijn, а не hebben: Mijn dochter is zes jaar.
2. Het werkwoord hebben
ik
Vorm
heb
Voorbeeld
Ik heb een afspraak bij de gemeente.
jij / je
Vorm
hebt
Voorbeeld
Jij hebt altijd haast!
u
Vorm
hebt / heeft
Voorbeeld
Heeft u een momentje?
hij / zij / het
Vorm
heeft
Voorbeeld
Mijn buurvrouw heeft twee katten.
wij / we
Vorm
hebben
Voorbeeld
We hebben vanavond geen tijd.
jullie
Vorm
hebben
Voorbeeld
Hebben jullie zin in koffie?
zij (мн.)
Vorm
hebben
Voorbeeld
Ze hebben een huis in De Steeg.
| Persoon | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik | heb | Ik heb een afspraak bij de gemeente. |
| jij / je | hebt | Jij hebt altijd haast! |
| u | hebt / heeft | Heeft u een momentje? |
| hij / zij / het | heeft | Mijn buurvrouw heeft twee katten. |
| wij / we | hebben | We hebben vanavond geen tijd. |
| jullie | hebben | Hebben jullie zin in koffie? |
| zij (мн.) | hebben | Ze hebben een huis in De Steeg. |
С u возможны обе формы; в живой речи чаще звучит heeft u, в письмах — hebt u. Перед je и jij окончание -t исчезает: heb je een momentje?
3. Кто за что отвечает
мне 35 лет
Nederlands
Ik ben 35 jaar.
Комментарий
возраст — с zijn
мне холодно
Nederlands
Ik heb het koud.
Комментарий
ощущение — с hebben
я голоден
Nederlands
Ik heb honger.
Комментарий
то же
я устал
Nederlands
Ik ben moe.
Комментарий
состояние-прилагательное — zijn
я прав
Nederlands
Ik heb gelijk.
Комментарий
gelijk — существительное
я болен
Nederlands
Ik ben ziek.
Комментарий
прилагательное — zijn
я тороплюсь
Nederlands
Ik heb haast.
Комментарий
haast — существительное
| По-русски | Nederlands | Комментарий |
|---|---|---|
| мне 35 лет | Ik ben 35 jaar. | возраст — с zijn |
| мне холодно | Ik heb het koud. | ощущение — с hebben |
| я голоден | Ik heb honger. | то же |
| я устал | Ik ben moe. | состояние-прилагательное — zijn |
| я прав | Ik heb gelijk. | gelijk — существительное |
| я болен | Ik ben ziek. | прилагательное — zijn |
| я тороплюсь | Ik heb haast. | haast — существительное |
Рабочее правило: если после глагола идёт прилагательное (moe, ziek, blij) — нужен zijn. Если существительное (honger, haast, gelijk, tijd) — нужен hebben.
4. Выражения с hebben
honger / dorst hebben
Перевод
быть голодным / хотеть пить
Gebruik
Ik heb honger. Zullen we wat eten?
haast hebben
Перевод
торопиться
Gebruik
Sorry, ik heb haast — mijn trein vertrekt zo.
gelijk hebben
Перевод
быть правым
Gebruik
Je hebt gelijk, dat is inderdaad sneller.
zin hebben in
Перевод
хотеть, быть в настроении
Gebruik
Heb je zin in een biertje?
last hebben van
Перевод
страдать от, мешает
Gebruik
Ik heb last van mijn rug.
het koud / warm hebben
Перевод
мёрзнуть / жарко
Gebruik
Ik heb het koud in dit huis.
het naar je zin hebben
Перевод
нравиться, чувствовать себя хорошо
Gebruik
Heb je het al naar je zin in Velp?
tijd hebben
Перевод
иметь время
Gebruik
Heb je vanavond tijd?
| Uitdrukking | Перевод | Gebruik |
|---|---|---|
| honger / dorst hebben | быть голодным / хотеть пить | Ik heb honger. Zullen we wat eten? |
| haast hebben | торопиться | Sorry, ik heb haast — mijn trein vertrekt zo. |
| gelijk hebben | быть правым | Je hebt gelijk, dat is inderdaad sneller. |
| zin hebben in | хотеть, быть в настроении | Heb je zin in een biertje? |
| last hebben van | страдать от, мешает | Ik heb last van mijn rug. |
| het koud / warm hebben | мёрзнуть / жарко | Ik heb het koud in dit huis. |
| het naar je zin hebben | нравиться, чувствовать себя хорошо | Heb je het al naar je zin in Velp? |
| tijd hebben | иметь время | Heb je vanavond tijd? |
Dialoog — Even bijpraten bij de koffie
Короткий разговор у автомата с кофе.
- Sanne
Heb je zin in koffie?
Кофе будешь?
- Alex
Graag. Ik heb al sinds acht uur niets gedronken.
С удовольствием. Я с восьми ничего не пил.
- Sanne
Ben je moe? Je ziet er een beetje bleek uit.
Ты устал? Выглядишь бледновато.
- Alex
Een beetje. Mijn dochter is zes en heeft al twee weken verkoudheid.
Немного. Дочке шесть, и она уже две недели простужена.
Возраст — с zijn, простуда — с hebben.
- Sanne
Ah, dan heb je 's nachts weinig slaap.
А, тогда ночью мало сна.
- Alex
Klopt. Maar het is hier warm en de koffie is goed — dat helpt.
Точно. Зато здесь тепло, а кофе хороший — помогает.
- Sanne
Heb je vanmiddag tijd voor het overleg?
Есть время на совещание во второй половине дня?
- Alex
Ja hoor, ik ben er om twee uur.
Да, конечно, буду в два.
5. Veelgemaakte fouten
✕Ik heb 35 jaar.
✓Ik ben 35 jaar.
Возраст в нидерландском — с глаголом zijn, как в английском (I am 35).
✕Ik ben koud.
✓Ik heb het koud.
Ощущение холода и жары передаётся конструкцией het koud/warm hebben.
✕Ik ben honger.
✓Ik heb honger.
honger — существительное, значит hebben.
✕Bent jij de nieuwe buurman?
✓Ben jij de nieuwe buurman?
Перед jij/je окончание -t исчезает.
✕Heb jij gelijk? Nee, jij bent gelijk.
✓Nee, jij hebt gelijk.
gelijk hebben — устойчивое сочетание с hebben.
✕Wij is klaar.
✓Wij zijn klaar.
Во множественном числе — zijn.
Woordenlijst bij deze les
de afspraakмн. afspraken
встреча, запись (к врачу и т. п.)
Ik heb morgen een afspraak bij de huisarts.
de haast
спешка
Sorry, ik heb haast.
de honger
голод
Ik heb honger.
gelijk hebben
быть правым
Je hebt gelijk.
zin hebben in
хотеть чего-то
Heb je zin in koffie?
last hebben van
страдать от
Ik heb last van mijn rug.
het naar je zin hebben
чувствовать себя хорошоspreektaal
Heb je het naar je zin in Velp?
de verkoudheid
простуда
Ze heeft verkoudheid.
moe
усталый
Ik ben een beetje moe.
klaar
готовый
Zijn jullie klaar?
| de afspraakмн. afspraken | встреча, запись (к врачу и т. п.) Ik heb morgen een afspraak bij de huisarts. |
| de haast | спешка Sorry, ik heb haast. |
| de honger | голод Ik heb honger. |
| gelijk hebben | быть правым Je hebt gelijk. |
| zin hebben in | хотеть чего-то Heb je zin in koffie? |
| last hebben van | страдать от Ik heb last van mijn rug. |
| het naar je zin hebben | чувствовать себя хорошоspreektaal Heb je het naar je zin in Velp? |
| de verkoudheid | простуда Ze heeft verkoudheid. |
| moe | усталый Ik ben een beetje moe. |
| klaar | готовый Zijn jullie klaar? |
Правильная форма
Kies de juiste vorm van zijn of hebben.
Выберите правильную форму zijn или hebben.
- 1Ik Alex en ik woon in Velp.
Я Алекс, живу в Велпе.
- 2Mijn buurvrouw twee katten.
У моей соседки две кошки.
- 3jullie klaar?
Вы готовы?
- 4je een momentje?
У тебя есть минутка?
- 5Mijn dochter zes jaar.
Моей дочери шесть лет.
- 6Wij vanavond geen tijd.
Сегодня вечером у нас нет времени.
- 7u meneer De Vries?
Вы господин де Врис?
- 8Ik het koud in dit huis.
Мне холодно в этом доме.
Нашли ошибку или неточность в этом уроке? Напишите мне →