NLnl-learn

De dagelijkse routine: van opstaan tot slapen

Розпорядок дня

A1 · Початковий · ≈ 20 хв

Розповідь про свій день — перше зв'язне висловлювання, яке від вас попросять: на курсах, у gemeente, у розмові з сусідом. Майже всі потрібні дієслова — відокремлювані, тож цей урок заодно тренує й граматику.

1. Дієслова звичайного дня

Від підйому до сну
  • opstaan

    Переклад

    вставати

    Voorbeeld

    Ik sta om zes uur op.

  • wakker worden

    Переклад

    прокидатися

    Voorbeeld

    Ik word meestal vanzelf wakker.

  • douchen

    Переклад

    приймати душ

    Voorbeeld

    Ik douche altijd 's ochtends.

  • ontbijten

    Переклад

    снідати

    Voorbeeld

    We ontbijten samen om half zeven.

  • aankleden (zich)

    Переклад

    вдягатися

    Voorbeeld

    De kinderen kleden zich zelf aan.

  • wegbrengen

    Переклад

    відвозити (дітей)

    Voorbeeld

    Ik breng ze naar school weg.

  • werken

    Переклад

    працювати

    Voorbeeld

    Ik werk van negen tot vijf.

  • lunchen

    Переклад

    обідати

    Voorbeeld

    Ik lunch meestal op kantoor.

  • ophalen

    Переклад

    забирати

    Voorbeeld

    Nora haalt de kinderen om drie uur op.

  • koken

    Переклад

    готувати

    Voorbeeld

    Wie kookt er vanavond?

  • eten

    Переклад

    їсти, вечеряти

    Voorbeeld

    We eten om zes uur.

  • afwassen

    Переклад

    мити посуд

    Voorbeeld

    Daarna was ik af.

  • opruimen

    Переклад

    прибирати

    Voorbeeld

    Ik ruim de keuken op.

  • naar bed gaan

    Переклад

    лягати спати

    Voorbeeld

    Ik ga rond elf uur naar bed.

  • slapen

    Переклад

    спати

    Voorbeeld

    Ik slaap meestal zeven uur.

Зверніть увагу, скільки дієслів відокремлюваних: opstaan, aankleden, wegbrengen, ophalen, afwassen, opruimen. Префікс завжди їде в кінець.

2. Як часто

Слова частоти — від 100% до 0%
  • altijd

    Переклад

    завжди

    Voorbeeld

    Ik fiets altijd naar mijn werk.

  • meestal

    Переклад

    зазвичай

    Voorbeeld

    We eten meestal om zes uur.

  • vaak

    Переклад

    часто

    Voorbeeld

    Hij werkt vaak thuis.

  • regelmatig

    Переклад

    регулярно

    Voorbeeld

    Ik ga regelmatig naar de sportschool.

  • soms

    Переклад

    іноді

    Voorbeeld

    Soms neem ik de bus.

  • bijna nooit

    Переклад

    майже ніколи

    Voorbeeld

    Ik kijk bijna nooit tv.

  • nooit

    Переклад

    ніколи

    Voorbeeld

    Ik drink nooit koffie na zessen.

  • één keer per week

    Переклад

    раз на тиждень

    Voorbeeld

    Eén keer per week doen we grote boodschappen.

  • elke dag

    Переклад

    щодня

    Voorbeeld

    Elke dag breng ik de kinderen weg.

Слово частоти зазвичай стоїть перед обставиною місця, але після обставини часу, якщо вона вже відкрила речення.

3. Готова розповідь про день

  • Ik sta om kwart over zes op en douche meteen.

    Я встаю о чверть на сьому і одразу йду в душ.

  • Om half acht breng ik mijn dochter naar school weg.

    О пів на восьму я відвожу доньку до школи.

  • Daarna fiets ik naar het station en neem ik de trein naar Arnhem.

    Потім їду велосипедом до вокзалу і сідаю на потяг до Арнема.

  • Tussen de middag lunch ik op kantoor, meestal een paar boterhammen.

    В обід їм на роботі, зазвичай пару бутербродів.

    tussen de middag — «в обідній час», дуже нідерландський вислів.

  • Om zes uur eten we samen, daarna ruim ik de keuken op.

    О шостій ми вечеряємо разом, потім я прибираю кухню.

  • 's Avonds lees ik of we kijken een serie. Rond elf uur ga ik naar bed.

    Увечері читаю або дивимося серіал. Близько одинадцятої лягаю спати.

Dialoog — Hoe ziet jouw dag eruit?

Розмова на курсах нідерландської у Велпі.

  1. Docent

    Alex, vertel eens: hoe ziet een gewone dag eruit?

    Алекс, розкажи: як виглядає звичайний день?

  2. Alex

    Ik sta meestal om zes uur op. Eerst koffie, daarna douche ik.

    Зазвичай встаю о шостій. Спершу кава, потім душ.

  3. Docent

    En hoe ga je naar je werk?

    А як добираєшся на роботу?

  4. Alex

    Altijd met de fiets naar het station, en dan met de trein. Soms, als het regent, neem ik de bus.

    Завжди велосипедом до вокзалу, потім потягом. Іноді, якщо дощ, їду автобусом.

  5. Docent

    Wat doe je 's avonds?

    Що робиш вечорами?

  6. Alex

    We eten om zes uur, daarna was ik af en help ik met huiswerk. Twee keer per week ga ik sporten.

    Вечеряємо о шостій, потім я мию посуд і допомагаю з домашнім завданням. Двічі на тиждень ходжу на спорт.

  7. Docent

    En hoe laat ga je naar bed?

    І о котрій лягаєш?

  8. Alex

    Rond elf uur. Doordeweeks blijf ik bijna nooit later op.

    Близько одинадцятої. У будні майже ніколи не сиджу довше.

    doordeweeks — «у будні», ще одне частотне слово.

4. Veelgemaakte fouten

Ik opsta om zes uur.

Ik sta om zes uur op.

Префікс відокремлюваного дієслова йде в кінець.

Soms ik neem de bus.

Soms neem ik de bus.

Слово в першій позиції вимагає інверсії.

Ik ga naar bed om elf uur meestal.

Ik ga meestal om elf uur naar bed.

Слово частоти стоїть одразу після дієслова.

Ik ga naar de bed.

Ik ga naar bed.

Стале сполучення без артикля.

Ik breng de kinderen naar school weg om acht uur.

Ik breng de kinderen om acht uur naar school.

Зі словом school дієслово wegbrengen зазвичай скорочують до brengen naar.

Woordenlijst

  • doordeweeks

    у будні

    Doordeweeks sta ik vroeg op.

  • tussen de middag

    в обідній часspreektaal

    Tussen de middag lunch ik op kantoor.

  • meteen

    одразу

    Ik douche meteen na het opstaan.

  • het huiswerk

    домашнє завдання

    Ik help met het huiswerk.

  • sporten

    займатися спортом

    Ik ga twee keer per week sporten.

  • de vrijdagmiddagborrel

    п'ятничні посиденьки з колегамиspreektaal

    Kom je ook naar de vrijdagmiddagborrel?

Знайшли помилку або неточність у цьому уроці? Напишіть мені →