Spontaan, maar dan wel drie weken van tevoren
- Rubriek:
- Column
- Verschijnt:
- wekelijks
Toen ik hier net woonde, vroeg ik een buurvrouw of ze deze week een keer koffie wilde komen drinken. Ze pakte haar telefoon, keek me vriendelijk aan en zei: «Ik heb een gaatje op donderdag de negentiende.» Dat was over drie weken. Ik heb daarna een tijdje naar mijn eigen lege week zitten kijken en me afgevraagd of ik iets verkeerds had gezegd.
Ik had niets verkeerds gezegd. Het was, ontdekte ik later, juist een vorm van respect. Die donderdag kwam ze namelijk ook echt, om tien uur, met haar eigen thee omdat ze de mijne niet lekker vond. In mijn oude land had ik vaker gehoord dat we snel iets moesten afspreken, en dat «snel» had daar geen datum. Hier had het er een, en dat bleek het hele verschil.
Toch heeft die planning een keerzijde. De vorm is spontaan — men zegt *gezellig* en *loop maar even binnen* — maar de inhoud staat vast. «Ik kijk even in mijn agenda» betekent meestal nee. «We moeten echt een keer afspreken» betekent dat het nooit gebeurt. En «ik plan het in» betekent, zoals iedereen na een halfjaar weet, dat het pas nu bestaat.
Bovendien groeit de agenda gestaag door in het privéleven. Kinderen krijgen speelafspraakjes in plaats van vriendjes die aanbellen. De vrijdagmiddagborrel staat in dezelfde kalender als de tandarts. Zelfs spontaniteit krijgt een blokje: op zondag houd ik bewust niets vrij, wat vermoedelijk het tegenovergestelde van vrij is.
Ik ben er inmiddels aan gewend en ik doe zelfs mee. Vorige week zei mijn dochter dat een vriendinnetje langs wilde komen, en ik hoorde mezelf vragen of dinsdag haar uitkwam. Ze was acht. Ik voelde me efficiënt en licht vervreemd, als iemand die zijn eigen accent hoort in een opname.
Dus ja: zet het maar even in de agenda. Maar houd er dan ook een bladzijde in vrij die van niemand is. Een agenda is geen muur; het is een belofte. Maar een belofte die u nooit verzet, is alsnog een muur.